Dutch Legislation

Article 481

in force

Special provisions for legal proceedings before the subdistrict court (kantonrechter) · Herziening ten voordele van de gewezen verdachte

Code of Criminal Procedure (Sv) · Title VIII · Section 1 · In force since 2024-07-01

Source
1.

If an application for revision or a request for further investigation as referred to in Article 461 has been submitted, the Public Prosecution Service shall, if possible, ask the victim or their surviving relatives whether they wish to be kept informed of the progress of the revision proceedings.

2.

At the request of the victim or their surviving relatives, the Public Prosecution Service shall in any event provide notification of the decision of the Supreme Court regarding the application for revision and of the final judgment in the revision case against the suspect. In designated cases, and in any event if the offence for which the former suspect was convicted concerns a criminal offence for which the statutory definition provides for a term of imprisonment of eight years or more, or one of the criminal offences referred to in Articles 241, paragraph 1, 245, paragraph 1, 252, 273f, paragraph 1, 285, 285b, 300, paragraphs 2 and 3, 301, paragraphs 2 and 3, 306 up to and including 308 and 318 of the Criminal Code and Article 6 of the Road Traffic Act 1994, the Public Prosecution Service shall also provide notification of the release of the former suspect upon request.

1.

Indien er een herzieningsaanvraag of een verzoek tot een nader onderzoek als bedoeld in artikel 461 is ingediend, vraagt het openbaar ministerie zo mogelijk aan het slachtoffer of diens nabestaanden of hij op de hoogte wenst te worden gehouden van de voortgang van de herzieningsprocedure.

2.

Op verzoek van het slachtoffer of diens nabestaanden wordt door het openbaar ministerie in ieder geval mededeling gedaan van de beslissing van de Hoge Raad over de herzieningsaanvraag en van de einduitspraak in de herzieningszaak tegen de verdachte. In daartoe aangewezen gevallen en in ieder geval indien het feit waarvoor de gewezen verdachte werd veroordeeld een misdrijf betreft waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, of een van de misdrijven genoemd in de artikelen 241, eerste lid, 245, eerste lid, 252, 273f, eerste lid, 285, 285b, 300, tweede en derde lid, 301, tweede en derde lid, 306 tot en met 308 en 318 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 doet het openbaar ministerie desgevraagd tevens mededeling van de invrijheidstelling van de gewezen verdachte.