Dutch Legislation

Article 457

in force

Special provisions for legal proceedings before the subdistrict court (kantonrechter) · Herziening ten voordele van de gewezen verdachte

Code of Criminal Procedure (Sv) · Title VIII · Section 1 · In force since 2023-10-01

Source
1.

Upon the petition of the Procurator General or of the former defendant in respect of whom a judgment or final order has become irrevocable, the Supreme Court may, for the benefit of the former defendant, revise a decision of the court in the Netherlands containing a conviction:

a.

on the ground of the circumstance that in separate judgments or sentences that have become irrevocable or have been rendered in default, findings of guilt have been pronounced which cannot be reconciled;

b.

on the basis of a judgment of the European Court of Human Rights in which it has been established that the European Convention for the Protection of Human Rights and Fundamental Freedoms or a protocol to this Convention has been violated in the proceedings that led to the conviction or a conviction for the same fact, or a decision of the European Court of Human Rights that can be equated thereto, if revision is necessary for the purpose of restitutio in integrum as referred to in Article 41 of that Convention;

c.

if there is a fact that was not known to the court during the examination at the hearing and which, in itself or in connection with the evidence previously produced, appears to be incompatible with the judgment, such that a serious suspicion arises that if this fact had been known, the examination of the case would have led either to an acquittal of the former defendant, or to a dismissal of all legal proceedings, or to the inadmissibility of the public prosecution service, or to the application of a less severe penal provision.

2.

Where this provision refers to a conviction, it shall include the discharge from all legal proceedings with the imposition of a custodial measure as referred to in Article 37a of the Criminal Code.

1.

Op aanvraag van de procureur-generaal of van de gewezen verdachte te wiens aanzien een vonnis of arrest onherroepelijk is geworden, kan de Hoge Raad ten voordele van de gewezen verdachte een uitspraak van de rechter in Nederland houdende een veroordeling herzien:

a.

op grond van de omstandigheid dat bij onderscheidene arresten of vonnissen die onherroepelijk zijn geworden of bij verstek zijn gewezen, bewezenverklaringen zijn uitgesproken die niet zijn overeen te brengen;

b.

op grond van een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens waarin is vastgesteld dat het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden of een protocol bij dit verdrag is geschonden in de procedure die tot de veroordeling of een veroordeling wegens hetzelfde feit heeft geleid of een beslissing van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die daarmee kan worden gelijkgesteld, indien herziening noodzakelijk is met het oog op rechtsherstel als bedoeld in artikel 41 van dat verdrag;

c.

indien er sprake is van een gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat op zichzelf of in verband met de vroeger geleverde bewijzen met de uitspraak niet bestaanbaar schijnt, zodanig dat het ernstige vermoeden ontstaat dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid, hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.

2.

Waar in deze bepaling wordt gesproken van een veroordeling, is hieronder het ontslag van alle rechtsvervolging met oplegging van een vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht begrepen.