Article 67a
in forceCertain special coercive measures · Voorloopige hechtenis
An order based on Article 67 may only be given:
if it appears from certain conduct of the suspect, or from certain circumstances personally concerning him, that there is a serious risk of flight;
if it appears from certain circumstances that there is a compelling reason of public safety which requires immediate deprivation of liberty.
A compelling reason of public safety may only be taken into consideration for the application of the preceding paragraph:
if there is a suspicion of an offence for which a term of imprisonment of twelve years or more is prescribed by legal definition and the legal order has been seriously shocked by that offence;
if there is a serious risk that the suspect will commit a criminal offence:
to which, according to the statutory definition, a term of imprisonment of six years or more is prescribed, or
whereby the security of the State or the health or safety of persons may be endangered, or whereby a general danger to property may arise;
if there is a suspicion of one of the offences described in Articles 285, 300, 310, 311, 321, 322, 323a, 326, 326a, 326e, 350, 416, 417bis, 420bis or 420quater of the Criminal Code, while less than five years have elapsed since the day on which the suspect was irrevocably sentenced for one of these offences to a custodial sentence or measure, a restrictive measure or a community service order, or was imposed a community service order by an irrevocable penalty order, and furthermore there is a serious risk that the suspect will again commit one of those offences;
if there is a suspicion of one of the offences described in Articles 141, 157, 285, 300 up to and including 303 or 350 of the Criminal Code, committed in a place accessible to the public, or directed against persons with a public task, as a result of which social unrest has arisen and the trial of the offence will take place no later than within a period of seventeen days and eighteen hours after the arrest of the suspect;
if pre-trial detention is reasonably necessary for the purpose of uncovering the truth, other than by means of statements made by the suspect.
A warrant for pre-trial detention shall not be issued when there is a serious possibility that, in the event of a conviction, the suspect will not be imposed an unconditional custodial sentence or a measure involving deprivation of liberty, or that, upon execution of the warrant, he would remain deprived of his liberty for a longer period than the duration of the sentence or measure.
An irrevocable conviction as referred to in the second paragraph, under 3°, shall also include an irrevocable conviction by a criminal court in another Member State of the European Union for similar offences.
Persons with a public task include: persons who perform an assistance or service-providing task for the benefit of the public and in the general interest.
Een op artikel 67 gegrond bevel kan slechts worden gegeven:
indien uit bepaalde gedragingen van de verdachte, of uit bepaalde, hem persoonlijk betreffende omstandigheden, blijkt van ernstig gevaar voor vlucht;
indien uit bepaalde omstandigheden blijkt van een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid, welke de onverwijlde vrijheidsbeneming vordert.
Een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid kan voor de toepassing van het vorige lid slechts in aanmerking worden genomen:
indien er sprake is van verdenking van een feit waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld en de rechtsorde ernstig door dat feit is geschokt;
indien er ernstig rekening mede moet worden gehouden, dat de verdachte een misdrijf zal begaan:
waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld of
waardoor de veiligheid van de staat of de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht, dan wel algemeen gevaar voor goederen kan ontstaan;
indien er sprake is van verdenking van een der misdrijven omschreven in de artikelen 285, 300, 310, 311, 321, 322, 323a, 326, 326a, 326e, 350, 416, 417bis, 420bis of 420quater van het Wetboek van Strafrecht, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de dag waarop de verdachte wegens een van deze misdrijven onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of een taakstraf is veroordeeld dan wel bij onherroepelijke strafbeschikking een taakstraf is opgelegd en voorts er ernstig rekening mede moet worden gehouden dat de verdachte wederom een van die misdrijven zal begaan;
indien er sprake is van verdenking van een van de misdrijven omschreven in de artikelen 141, 157, 285, 300 tot en met 303 of 350 van het Wetboek van Strafrecht, begaan op een voor het publiek toegankelijke plaats, dan wel gericht tegen personen met een publieke taak, waardoor maatschappelijke onrust is ontstaan en de berechting van het misdrijf uiterlijk binnen een termijn van zeventien dagen en achttien uur na aanhouding van de verdachte zal plaatsvinden;
indien de voorlopige hechtenis in redelijkheid noodzakelijk is voor het, anders dan door verklaringen van de verdachte, aan de dag brengen van de waarheid.
Een bevel tot voorlopige hechtenis blijft achterwege, wanneer ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan de verdachte in geval van veroordeling geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel zal worden opgelegd, dan wel dat hij bij tenuitvoerlegging van het bevel langere tijd van zijn vrijheid beroofd zou blijven dan de duur van de straf of maatregel.
Onder onherroepelijke veroordeling als bedoeld in het tweede lid, onder 3°, wordt mede verstaan een onherroepelijke veroordeling door een strafrechter in een andere lidstaat van de Europese Unie wegens soortgelijke feiten.
Onder personen met een publieke taak zijn begrepen: personen die ten behoeve van het publiek en in het algemeen belang een hulp- of dienstverlenende taak vervullen.