Dutch Legislation

Article 255

in force

Certain special coercive measures

Code of Criminal Procedure (Sv) · Title IV · In force since 2013-01-01

Source
1.

Following an order of discharge from prosecution, the service of an order declaring the case closed, or the service of a notice of non-prosecution, in the latter case subject to Article 12i or Article 246, the suspect may not be prosecuted again for the same act, unless new evidence has come to light.

2.

Only statements by witnesses or the suspect and documents, records, and official reports that have become known later or have not been examined may be regarded as new objections.

3.

In that case, the suspect may not be summoned to appear at the hearing of the court, until after a criminal investigation has been instituted with regard to these new incriminating circumstances.

4.

An investigation as referred to in the third paragraph shall not be initiated until authorisation has been granted by the examining magistrate, upon the application of the public prosecutor charged with the investigation of the criminal offence.

1.

De verdachte kan na zijn buitenvervolgingstelling, na de hem betekende beschikking, houdende verklaring dat de zaak geëindigd is, of na de hem betekende kennisgeving van niet verdere vervolging, in het laatste geval behoudens artikel 12i of artikel 246, ter zake van hetzelfde feit niet opnieuw in rechten worden betrokken tenzij nieuwe bezwaren bekend zijn geworden.

2.

Als nieuwe bezwaren kunnen enkel worden aangemerkt verklaringen van getuigen of van den verdachte en stukken, bescheiden en processen-verbaal, welke later zijn bekend geworden of niet zijn onderzocht.

3.

In dat geval kan de verdachte niet ter terechtzitting van de rechtbank worden gedagvaard, dan na een ter zake van deze nieuwe bezwaren ingesteld opsporingsonderzoek.

4.

Tot de instelling van een opsporingsonderzoek als bedoeld in het derde lid wordt niet overgegaan dan na machtiging door de rechter-commissaris, verleend op vordering van de officier van justitie die met de opsporing van het strafbare feit is belast.