Dutch Legislation

Article 5.2.1

in force

International joint investigation teams

Code of Criminal Procedure (Sv) · Title 2 · In force since 2018-07-01

Source
1.

Insofar as a treaty provides for this, or in implementation of a framework decision of the Council of the European Union, the public prosecutor may, for a limited period and for the purpose of jointly conducting criminal investigations, establish a joint investigation team together with the competent authorities of other countries.

2.

The establishment of a joint investigation team shall be agreed upon in writing by the public prosecutor with the competent authorities of the countries concerned.

3.

The agreement referred to in the second paragraph shall in any event record the purpose, the duration, the registered office, and the composition of the joint investigation team, the investigative powers to be exercised by Dutch officials on foreign territory and by foreign investigative officials on Dutch territory, as well as the obligation for foreign investigative officials to comply with a subpoena as referred to in Article 210 or a summons as referred to in Article 260.

1.

Voor zover een verdrag daarin voorziet of ter uitvoering van een kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie, kan de officier van justitie voor een beperkte periode, ten behoeve van het gezamenlijk uitvoeren van strafrechtelijke onderzoeken, tezamen met de bevoegde autoriteiten van andere landen een gemeenschappelijk onderzoeksteam instellen.

2.

De instelling van een gemeenschappelijk onderzoeksteam wordt door de officier van justitie met de bevoegde autoriteiten van de betrokken landen schriftelijk overeengekomen.

3.

In de overeenkomst, bedoeld in het tweede lid, worden in elk geval het doel, de bestaansperiode, de plaats van vestiging en de samenstelling van het gemeenschappelijke onderzoeksteam, de door Nederlandse ambtenaren op buitenlands grondgebied en de door buitenlandse opsporingsambtenaren op Nederlands grondgebied uit te oefenen opsporingsbevoegdheden alsmede de verplichting voor buitenlandse opsporingsambtenaren om gehoor te geven aan een dagvaarding als bedoeld in artikel 210 of een oproeping als bedoeld in de artikel 260, vastgelegd.