Article 285
in forceOffences against personal liberty
Threatening with the public commission of violence in association against persons or property, with violence against an internationally protected person or their protected property, with any criminal offence creating a danger to the general safety of persons or property or a common danger to the provision of services, with rape, with indecent assault, with any criminal offence directed against life, with hostage-taking, with aggravated assault or with arson, shall be punished by a term of imprisonment not exceeding two years or a fine of the fourth category.
If this threat is made in writing and subject to a certain condition, it shall be punished by a term of imprisonment not exceeding four years or a fine of the fourth category.
Threatening with a terrorist offence shall be punished by a term of imprisonment not exceeding six years or a fine of the fifth category.
If the act described in the first, second or third paragraph is committed with the intent to prepare or facilitate a terrorist offence, the term of imprisonment prescribed for the act shall be increased by one third.
Bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen, met geweld tegen een internationaal beschermd persoon of diens beschermde goederen, met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat, met verkrachting, met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, met enig misdrijf tegen het leven gericht, met gijzeling, met zware mishandeling of met brandstichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
Indien deze bedreiging schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde geschiedt, wordt ze gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
Bedreiging met een terroristisch misdrijf wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Indien het feit, omschreven in het eerste, tweede of derde lid, wordt gepleegd met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken, wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.