Dutch Legislation

Article 284

in force

Offences against personal liberty

Criminal Code (Sr) · Book 2 Criminal offences · Title XVIII · In force since 1984-05-01

Source
1.

A term of imprisonment not exceeding nine months or a fine of the third category shall be imposed on:

1°.

he who unlawfully compels another person to perform an act, to refrain from performing an act, or to tolerate an act, by means of violence or any other act of force, or by means of a threat of violence or any other act of force, directed either against that person or against third parties;

2°.

He who compels another person to do, not to do, or to tolerate something by threatening with defamation or libel.

2.

In the case described under 2°, the criminal offence shall not be prosecuted except upon the complaint of the person against whom it has been committed.

1.

Met gevangenisstraf van ten hoogste negen maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:

1°.

hij die een ander door geweld of enige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid, gericht hetzij tegen die ander hetzij tegen derden, wederrechtelijk dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden;

2°.

hij die een ander door bedreiging met smaad of smaadschrift dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden.

2.

In het geval onder 2° omschreven wordt het misdrijf niet vervolgd dan op klacht van hem tegen wie het gepleegd is.