Dutch Legislation

Article 32a

in force

Weapons and Ammunition Act (WWM) · In force since 2019-07-23

Source
1.

A firearm as referred to in Article 1, paragraph 1, point 1, in conjunction with Annex I of the Directive, and its essential components, which have been manufactured or imported into the European Union on or after 14 September 2018, shall be marked with a clear, permanent and unique marking.

2.

The marking contains:

a.

the name of the manufacturer or the brand;

b.

the country or the place of manufacture;

c.

the serial number and the year of manufacture, if this does not already form part of the serial number, and

d.

if feasible, the model

3.

The marking shall be applied immediately after the manufacture of the firearm or without delay after its import into the European Union. In any event, the marking must be applied no later than the moment the firearm is placed on the market.

4.

If an essential component of a firearm is too small to be marked in accordance with the second paragraph, it shall at least be marked with a serial number or an alphanumeric or digital code.

5.

By or pursuant to an Order in Council, in deviation from the first up to and including the fourth paragraph, regulations may be provided for the marking of firearms within the meaning of the Directive and essential components of firearms that are of particular historical importance.

1.

Een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1, in samenhang met bijlage I, van de Richtlijn en de essentiële onderdelen daarvan, die op of na 14 september 2018 zijn vervaardigd of ingevoerd in de Europese Unie, zijn voorzien van een duidelijke, blijvende en unieke markering.

2.

De markering bevat:

a.

de naam van de fabrikant of het merk;

b.

het land of de plaats van vervaardiging;

c.

het serienummer en het jaar van vervaardiging, indien dit nog geen onderdeel uitmaakt van het serienummer, en

d.

indien uitvoerbaar, het model.

3.

De markering wordt aangebracht onmiddellijk na de vervaardiging van het vuurwapen of onverwijld na invoer in de Europese Unie. De markering dient in elk geval uiterlijk te zijn aangebracht op het moment van het op de markt brengen van het vuurwapen.

4.

Indien een essentieel onderdeel van een vuurwapen te klein is om te worden gemarkeerd in overeenstemming met het tweede lid, wordt het ten minste gemarkeerd met een serienummer of een alfanumerieke of digitale code.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van het eerste tot en met het vierde lid voorschriften worden gegeven voor de markering van vuurwapens in de zin van de Richtlijn en essentiële onderdelen van vuurwapens die van bijzonder historisch belang zijn.