Article 5
in forceTax liability
We reserve the right to exempt from tax, by Order in Council and subject to conditions to be stipulated therein:
bodies whose assets consist exclusively or principally of estates designated pursuant to the Nature Conservation Act 1928 (Natuurschoonwet 1928) (Stb. 1989, 252), whose activities consist at least principally of the maintenance of those estates, and whose other activities cannot be qualified as the conduct of an enterprise;
bodies which have as their sole or almost sole object the provision for employees and former employees in the event of disability and old age, and the provision for their spouses and former spouses, or partners and former partners, and for their children and foster children who have not yet reached the age of 30, all this by means of a pension pursuant to a pension scheme or benefits pursuant to an early retirement scheme, except insofar as they derive profits from activities designated by order in council that are not directly related to the implementation of the aforementioned schemes.
bodies which exclusively or almost exclusively perform activities consisting of:
the curing, nursing or caring for the sick, women in childbirth, persons with a mental or physical disability, orphans or the elderly who can no longer live independently;
the provision of suitable work to persons with an intellectual or physical disability; or
the provision of small loans to persons belonging to the economically vulnerable groups of the population;
bodies that are active in the field of agriculture, of insurance against damage on a mutual basis, or of the provision of funeral services, provided that for these bodies the pursuit of profit is either entirely absent or of secondary importance;
hospital benefit funds and health insurance companies, insofar as they do not aim for or make a profit other than for institutions for the benefit of public health;
institutions which are permitted or recognised by law as risk-bearing entities with regard to public law regulated insurance, exclusively or almost exclusively insure risks under social security legislation, with the exception of the Health Insurance Act (Zorgverzekeringswet), and do not conduct any business other than an insurance undertaking;
bodies whose activities consist exclusively or almost exclusively of maintaining public reading rooms and libraries.
Paragraph 1, point (b), does not apply to:
public limited companies and private limited companies in which an employee or former employee, his spouse or partner, any of their relatives by blood or affinity in the direct line or in the second degree of the collateral line, or any of their foster children, whether or not jointly, hold, directly or indirectly, shares representing at least ten percent of the nominal paid-up capital;
entities other than those referred to under (a) whose activities consist mainly of the implementation of pension schemes or early retirement schemes for employees or former employees of public limited companies (naamloze vennootschappen) or private limited companies (besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid) in which these employees or former employees, their spouses or partners, their relatives by blood or affinity in the direct line or in the second degree of the collateral line, or their foster children, whether or not jointly, are or have at any time been shareholders, directly or indirectly, for at least ten percent of the nominal paid-up capital.
For the application of the first paragraph, point (b), a pension scheme or an early retirement scheme shall be understood to mean:
such a scheme within the meaning of Article 1 of the Pension Act or the statutory provisions concerning wage tax, respectively, or a foreign scheme which corresponds thereto in nature and purport;
a pension scheme in which participation is mandatory pursuant to the Mandatory Participation in an Industry-wide Pension Fund Act 2000 (Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000), the Notaries Act (Wet op het notarisambt) or the Mandatory Occupational Pension Scheme Act (Wet verplichte beroepspensioenregeling).
The recommendation for an Order in Council to be established pursuant to the first paragraph shall not be made until four weeks after the draft has been submitted to both Houses of the States General.
For the application of the first paragraph, preamble and point (b), persons participating in a pension scheme as referred to in Article 1.7, second paragraph, point (b), of the Income Tax Act 2001 (Wet inkomstenbelasting 2001) shall be treated as employees.
Wij behouden Ons voor bij algemene maatregel van bestuur onder daarbij te stellen voorwaarden van de belasting vrij te stellen:
lichamen welker bezittingen uitsluitend of hoofdzakelijk bestaan uit op de voet van de Natuurschoonwet 1928 (Stb. 1989, 252) aangewezen landgoederen, welker werkzaamheden ten minste hoofdzakelijk bestaan uit de instandhouding van die landgoederen en welker overige werkzaamheden niet kunnen worden aangemerkt als het drijven van een onderneming;
lichamen welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel stellen de verzorging van werknemers en gewezen werknemers bij invaliditeit en ouderdom en de verzorging van hun echtgenoten en gewezen echtgenoten, dan wel partners en gewezen partners en van hun kinderen en pleegkinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt, een en ander door middel van pensioen krachtens een pensioenregeling of van uitkeringen krachtens een regeling voor vervroegde uittreding, behoudens voorzover zij voordelen behalen uit bij algemene maatregel van bestuur aangewezen werkzaamheden die niet rechtstreeks verband houden met het uitvoeren van bedoelde regelingen.
lichamen welke uitsluitend of nagenoeg uitsluitend werkzaamheden verrichten welke bestaan uit:
het genezen, verplegen of verzorgen van zieken, kraamvrouwen, mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, wezen of ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen;
het bieden van een passende werkzaamheid aan mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking; dan wel
het verstrekken van kleine kredieten aan personen, behorende tot de economisch zwakke groepen van de bevolking;
lichamen welke werkzaam zijn op het gebied van de landbouw, van de verzekering tegen schade op onderlinge grondslag of van de verzorging van uitvaarten, mits bij deze lichamen het streven naar winst, hetzij geheel ontbreekt, hetzij van bijkomstige betekenis is;
ziekenhuisverplegingsfondsen en ziektekostenverzekeringsmaatschappijen, voor zover zij geen winst beogen of maken anders dan voor instellingen ten bate van de volksgezondheid;
instellingen welke krachtens de wet zijn toegelaten of erkend als draagster van risico met betrekking tot publiekrechtelijk geregelde verzekeringen, uitsluitend of nagenoeg uitsluitend risico’s verzekeren krachtens de sociale-verzekeringswetten met uitzondering van de Zorgverzekeringswet en geen andere onderneming drijven dan een verzekeringsonderneming;
lichamen welker werkzaamheid uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestaat uit het in stand houden van openbare leeszalen en bibliotheken.
Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op:
naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarin een werknemer of gewezen werknemer, zijn echtgenoot of partner, een van hun bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, dan wel een van hun pleegkinderen al dan niet tezamen voor ten minste tien percent van het nominaal gestorte kapitaal, onmiddellijk of middellijk, aandeelhouder is;
andere dan de onder a bedoelde lichamen waarvan de werkzaamheid hoofdzakelijk bestaat in de uitvoering van pensioenregelingen of van regelingen voor vervroegde uittreding van werknemers of gewezen werknemers van naamloze vennootschappen of besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarin deze werknemers of gewezen werknemers, hun echtgenoten of partners, hun bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, dan wel hun pleegkinderen al dan niet tezamen voor ten minste tien percent van het nominaal gestorte kapitaal, onmiddellijk of middellijk, aandeelhouder zijn of op enig moment zijn geweest.
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt onder een pensioenregeling of een regeling voor vervroegde uittreding verstaan:
een zodanige regeling in de zin van artikel 1 van de Pensioenwet respectievelijk de wettelijke bepalingen betreffende de loonbelasting, dan wel een buitenlandse regeling welke daarmee naar aard en strekking overeenkomt;
een pensioenregeling waaraan deelneming verplicht is op grond van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, de Wet op het notarisambt of de Wet verplichte beroepspensioenregeling.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is voorgelegd.
Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, worden met werknemers gelijkgesteld: deelnemers aan een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Decisions of the Dutch Supreme Court (Hoge Raad) applying this article. Annotations are unofficial translations.
Article 6 and Article 19b, paragraph 1, of the Wages Tax Act 1964 (Wet op de loonbelasting 1964); withholding obligation (non-qualifying) pension entitlements; amount of pension entitlements.
Decision on rechtspraak.nl