Article 41
in forceAdministrative fines
If the failure to comply with the obligations referred to in Chapter VI, Section 6, is attributable to intent or gross negligence on the part of the payment service provider, this constitutes an offence in respect of which the inspector may impose an administrative fine not exceeding the amount of the sixth category, as referred to in Article 23, paragraph 4, of the Criminal Code.
The first paragraph shall apply mutatis mutandis in the event that a payment service provider submits payment data to the Tax and Customs Administration (Belastingdienst) which relates to fewer than 26 cross-border payments to the same payee in the course of a calendar quarter.
The authority to impose the fine referred to in the first paragraph shall lapse, by way of derogation from Article 5:45, paragraph 2, of the General Administrative Law Act, upon the expiry of five years after the end of the calendar year in which the obligations mentioned in Chapter VI, Section 6, arose.
Indien het aan opzet of grove schuld van de betalingsdienstaanbieder is te wijten dat de verplichtingen, bedoeld in Hoofdstuk VI, Afdeling 6, niet worden nagekomen, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste het bedrag van de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, kan opleggen.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ingeval een betalingsdienstaanbieder betaalgegevens aan de Belastingdienst aanlevert die betrekking hebben op minder dan 26 grensoverschrijdende betalingen aan dezelfde begunstigde in de loop van een kalenderkwartaal.
De bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid bedoelde boete vervalt, in afwijking van artikel 5:45, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door het verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de in Hoofdstuk VI, afdeling 6 genoemde verplichtingen zijn ontstaan.