Dutch Legislation

Article 3b

in force

Levy in respect of supplies and services · Taxable event

Turnover Tax Act 1968 (VAT) · Chapter II · Section 1 · In force since 2020-01-01

Source
1.

By way of derogation from Article 3a, paragraph 1, the transfer by an entrepreneur of goods forming part of his business assets to another Member State within the framework of the call-off stock arrangement shall not be treated as a supply of goods for consideration.

2.

For the application of this article and the provisions based thereon, a call-off stock arrangement shall be deemed to exist when:

a.

the goods are dispatched or transported by the entrepreneur himself or by a third party on his behalf to another Member State in order to supply those goods there, at a later stage and after arrival, to another entrepreneur by virtue of that entrepreneur being granted the power to dispose of these goods as an owner under an existing agreement between both entrepreneurs;

b.

the entrepreneur who dispatches or transports the goods does not have his place of business or a fixed establishment in the Member State to which the goods are dispatched or transported;

c.

the entrepreneur for whom the goods to be supplied are intended is identified for VAT purposes in the Member State to which the goods are dispatched or transported, and both his identity and the VAT identification number attributed to him by that Member State are known to the entrepreneur referred to in point (b) at the time when the dispatch or transport commences; and

d.

the entrepreneur who dispatches or transports the goods, or has this done by a third party for his account, records the transport of the goods in the register referred to in Article 34, paragraph 2, point (c), and, in accordance with Article 37a, paragraph 1, point (d), states in the list the identity of the entrepreneur acquiring the goods, as well as the VAT identification number assigned to him by the Member State to which the goods are dispatched or transported.

3.

When the conditions referred to in the second paragraph and the period mentioned in the fourth paragraph have been met, the following rules shall apply at the time of the transfer of power to the entrepreneur, referred to in the second paragraph, point (c), to dispose of the goods as owner:

a.

A supply of goods as referred to in Table II, Part a, item 6, shall be deemed to have been effected by the entrepreneur who has dispatched or transported the goods themselves, or has had them dispatched or transported for their own account by a third party, in the Member State from which the goods were dispatched or transported;

b.

An intra-Community acquisition of goods shall be deemed to be effected by the entrepreneur to whom these goods are supplied in the Member State to which the goods were dispatched or transported.

4.

If the goods have not been delivered to the entrepreneur referred to in the second paragraph, point (c), or the sixth paragraph, within twelve months after arrival in the Member State to which they have been dispatched or transported, and none of the situations referred to in the seventh paragraph has occurred, a transfer as referred to in Article 3a shall be deemed to have taken place on the day following the expiry of the period of twelve months.

5.

By way of derogation from the fourth paragraph, no transfer as referred to in Article 3a shall be deemed to have been effected if:

a.

the power to dispose of the goods as an owner has not been transferred and those goods are returned to the Member State from which they were dispatched or transported within the period referred to in paragraph 4; and

b.

the entrepreneur who has dispatched or transported the goods, records the returned goods in the register referred to in Article 34, paragraph 2, point (c).

6.

If the entrepreneur referred to in the second paragraph, point (c), is replaced by another entrepreneur within the period referred to in the fourth paragraph, no transfer as referred to in Article 3a shall be deemed to have been effected at the time of the replacement, provided that:

a.

all other conditions, as referred to in the second paragraph, have been fulfilled; and

b.

the entrepreneur, referred to in paragraph 2, point (b), records the replacement in the register, referred to in Article 34, paragraph 2, point (c).

7.

If at least one of the conditions referred to in the second or sixth paragraph is no longer fulfilled within the period referred to in the fourth paragraph, a transfer of goods within the meaning of Article 3a shall be deemed to have been effected at the time when the relevant condition is no longer fulfilled. This time is, depending on the unfulfilled conditions, determined at the following moments:

a.

if the goods are delivered to a person other than the trader referred to in paragraph 2, point (c), or in paragraph 6: immediately prior to such delivery;

b.

if the goods are dispatched or transported to a country other than the Member State from which they were originally moved after arrival in the Member State of destination: immediately prior to the commencement of such dispatch or such transport; or

c.

if the goods are destroyed or stolen or have been lost: on the date on which the goods were actually destroyed or stolen or lost, or if it is impossible to determine this date, on the date on which it was established that the goods had been destroyed or stolen or lost.

1.

In afwijking van artikel 3a, eerste lid, wordt de overbrenging door een ondernemer van goederen die deel uitmaken van zijn bedrijfsvermogen naar een andere lidstaat in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep niet gelijkgesteld met een levering van goederen onder bezwarende titel.

2.

Voor de toepassing van dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt geacht sprake te zijn van de regeling inzake voorraad op afroep wanneer:

a.

de goederen door een ondernemer zelf worden verzonden of vervoerd of voor zijn rekening door een derde partij worden verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat om die goederen daar, in een later stadium en na aankomst, aan een andere ondernemer te leveren doordat die de macht krijgt overgedragen om over deze goederen als eigenaar te beschikken krachtens een bestaande overeenkomst tussen de beide ondernemers;

b.

de ondernemer die de goederen verzendt of vervoert, zijn bedrijf niet heeft gevestigd of geen vaste inrichting heeft in de lidstaat waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd;

c.

de ondernemer voor wie de te leveren goederen zijn bestemd, voor btw-doeleinden is geïdentificeerd in de lidstaat waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd, en zowel zijn identiteit als het btw-identificatienummer dat door die lidstaat aan hem is toegekend, bij de ondernemer, bedoeld in onderdeel b, bekend zijn op het tijdstip waarop de verzending of het vervoer aanvangt; en

d.

de ondernemer die de goederen verzendt of vervoert of dit voor zijn rekening door een derde laat doen, het vervoer van de goederen opneemt in het register, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel c, en, overeenkomstig artikel 37a, eerste lid, onderdeel d, in de lijst de identiteit vermeldt van de ondernemer die de goederen afneemt, evenals het btw-identificatienummer dat aan deze is toegekend door de lidstaat waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd.

3.

Wanneer aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, en de periode, genoemd in het vierde lid, is voldaan, zijn op het tijdstip van overdracht van de macht aan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, om als eigenaar over de goederen te beschikken, de volgende regels van toepassing:

a.

een levering van goederen als bedoeld in tabel II, onderdeel a, post 6, wordt geacht te zijn verricht door de ondernemer die de goederen zelf heeft verzonden of vervoerd of voor zijn rekening door een derde heeft laten verzenden of vervoeren in de lidstaat vanwaar de goederen zijn verzonden of vervoerd;

b.

een intracommunautaire verwerving van goederen wordt geacht te zijn verricht door de ondernemer aan wie deze goederen worden geleverd in de lidstaat waarnaar de goederen werden verzonden of vervoerd.

4.

Indien de goederen niet binnen twaalf maanden na aankomst in de lidstaat waarnaar zij zijn verzonden of vervoerd, zijn geleverd aan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of het zesde lid, en geen van de situaties, genoemd in het zevende lid, zich heeft voorgedaan, wordt een overbrenging als bedoeld in artikel 3a geacht te zijn verricht op de dag na het verstrijken van de periode van twaalf maanden.

5.

In afwijking van het vierde lid wordt geen overbrenging als bedoeld in artikel 3a geacht te zijn verricht indien:

a.

de macht om als eigenaar te beschikken over de goederen niet is overgedragen en die goederen worden teruggezonden naar de lidstaat vanwaar zij zijn verzonden of vervoerd binnen de periode, genoemd in het vierde lid; en

b.

de ondernemer die de goederen heeft verzonden of vervoerd, de retour ontvangen goederen opneemt in het register, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel c.

6.

Indien de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, binnen de periode, genoemd in het vierde lid, wordt vervangen door een andere ondernemer, wordt op het tijdstip van de vervanging geen overbrenging als bedoeld in artikel 3a geacht te zijn verricht, op voorwaarde dat:

a.

alle andere voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, zijn vervuld; en

b.

de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, de vervanging opneemt in het register, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel c.

7.

Indien ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in het tweede of zesde lid, binnen de periode, genoemd in het vierde lid, niet langer is vervuld, wordt een overbrenging van goederen in de zin van artikel 3a geacht te zijn verricht op het tijdstip dat de desbetreffende voorwaarde niet langer is vervuld. Dit tijdstip is, afhankelijk van de niet-vervulde voorwaarden, bepaald op de volgende momenten:

a.

indien de goederen worden geleverd aan een andere persoon dan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of in het zesde lid: onmiddellijk vóór een dergelijke levering;

b.

indien de goederen na aankomst in de lidstaat van bestemming worden verzonden of vervoerd naar een ander land dan de lidstaat vanwaar zij oorspronkelijk werden verplaatst: onmiddellijk vóór de aanvang van een dergelijke verzending of een dergelijk vervoer; of

c.

indien de goederen worden vernietigd of gestolen of verloren zijn gegaan: op de datum waarop de goederen daadwerkelijk werden vernietigd of gestolen of verloren zijn gegaan, of indien het onmogelijk is om deze datum te bepalen, op de datum waarop werd vastgesteld dat de goederen waren vernietigd of gestolen of verloren zijn gegaan.