Dutch Legislation

Article 3.78a

in force

Heffingsgrondslag bij werk en woning · Belastbare winst uit onderneming

Income Tax Act 2001 · Chapter 3 · Section 3.2 · In force since 2015-01-01

Source
1.

The start-up deduction for incapacity for work applies to the entrepreneur who was not an entrepreneur in one or more of the five preceding calendar years, is entitled in the calendar year to an incapacity benefit as referred to in the second paragraph, or is entitled in the calendar year to work support pursuant to the Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, does not meet the hours criterion but does meet the reduced hours criterion referred to in the third paragraph, and has not yet reached the retirement age referred to in Article 7a, first paragraph, of the Algemene Ouderdomswet at the beginning of the calendar year. The first sentence does not apply to the entrepreneur who, by application of Article 14c of the Wet op de vennootschapsbelasting 1969, continues or co-continues an enterprise, where this continuation commenced in the calendar year or in one of the five calendar years preceding it.

2.

An incapacity for work benefit shall be understood to mean a benefit pursuant to:

a.

Work and Income according to Labour Capacity Act

b.

Disability Insurance Act

c.

Self-employed Persons Disablement Insurance Act

d.

Disablement Assistance Act for Handicapped Young Persons

e.

a foreign statutory regulation which, in its nature and scope, corresponds to a regulation referred to in points a, b, c and d;

f.

a scheme designated by ministerial regulation, insofar as there is an entitlement to that benefit due to incapacity for work.

Disability benefits shall also be understood to include the receipt of a periodic payment or provision from an insurance policy in respect of disability or accident.

3.

The term 'reduced-hours criterion' (verlaagd-urencriterium) shall be understood to mean that which would be understood by the 'hours criterion' (urencriterium) pursuant to Article 3.6, if the reference to 1225 hours in the first paragraph of that article were replaced by 800 hours.

4.

The starter's deduction for incapacity for work amounts to:

a.

if this deduction has not been applied to the entrepreneur in the five preceding calendar years: € 12,000, but not exceeding the amount of profit enjoyed;

b.

if, in the five preceding calendar years, this deduction has been applied with respect to one year by the entrepreneur: € 8,000, but not exceeding the amount of profit earned;

c.

if, in the five preceding calendar years, this deduction has been applied in relation to two years: € 4,000, but not exceeding the amount of profit enjoyed.

5.

For the application of this article, profit shall be understood to mean the total amount of the profit that the taxpayer derives as an entrepreneur from one or more enterprises.

1.

De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid geldt voor de ondernemer die in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was, in het kalenderjaar recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering als bedoeld in het tweede lid, of in het kalenderjaar recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, niet voldoet aan het urencriterium maar wel aan het verlaagde-urencriterium, bedoeld in het derde lid, en bij het begin van het kalenderjaar de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt. De eerste volzin is niet van toepassing voor de ondernemer die met toepassing van artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 een onderneming voortzet of mede voortzet waarbij dit voortzetten een aanvang heeft genomen in het kalenderjaar of in een van de vijf daaraan voorafgaande kalenderjaren.

2.

Onder een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt verstaan een uitkering op grond van:

a.

de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

b.

de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

c.

de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;

d.

de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;

e.

een buitenlandse wettelijke regeling die naar aard en strekking overeenkomt met een regeling genoemd in de onderdelen a, b, c en d;

f.

een bij ministeriële regeling aangewezen regeling voor zover wegens arbeidsongeschiktheid recht op die uitkering bestaat.

Onder een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt mede verstaan het genieten van een periodieke uitkering of verstrekking uit een verzekering ter zake van invaliditeit of ongeval.

3.

Onder verlaagd-urencriterium wordt verstaan hetgeen op de voet van artikel 3.6 onder urencriterium zou worden verstaan bij vervanging in het eerste lid van dat artikel van 1225 uren door 800 uren.

4.

De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid bedraagt:

a.

indien bij de ondernemer in de vijf voorafgaande kalenderjaren deze aftrek niet is toegepast: € 12 000, maar niet meer dan hetgeen aan winst is genoten;

b.

indien bij de ondernemer in de vijf voorafgaande kalenderjaren met betrekking tot één jaar deze aftrek is toegepast: € 8000, maar niet meer dan hetgeen aan winst is genoten;

c.

indien bij de ondernemer in de vijf voorafgaande kalenderjaren met betrekking tot twee jaren deze aftrek is toegepast: € 4000, maar niet meer dan hetgeen aan winst is genoten.

5.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder winst verstaan het gezamenlijke bedrag van de winst die de belastingplichtige als ondernemer uit een of meer ondernemingen geniet.