Dutch Legislation

Article 3.78

in force

Heffingsgrondslag bij werk en woning · Belastbare winst uit onderneming

Income Tax Act 2001 · Chapter 3 · Section 3.2 · In force since 2001-01-01

Source
1.

The tax deduction for assisting spouses (meewerkaftrek) applies to the entrepreneur who meets the hours criterion and whose partner performs work without any remuneration in an enterprise from which the taxpayer derives profit as an entrepreneur.

2.

In the event of labour performed by the spouse which, during the calendar year, occupies a number of hours

3.

For the application of this article, profit shall be understood to mean the total amount of the profit that the taxpayer, in the capacity of entrepreneur, derives from enterprises in which the spouse performs work without any remuneration, reduced by:

a.

profits enjoyed as a substitute for business benefits lost or to be lost as a result of an expropriation;

b.

profit derived from or upon the discontinuance of an enterprise or a part of an enterprise, including discontinuance due to death as referred to in Article 3.58 and

c.

profit resulting from the transfer of assets abroad or resulting from a final settlement as referred to in Article 3.60 and Article 3.61, respectively.

1.

De meewerkaftrek geldt voor de ondernemer die aan het urencriterium voldoet en van wie de partner zonder enige vergoeding arbeid verricht in een onderneming waaruit de belastingplichtige als ondernemer winst geniet.

2.

Bij arbeid van de partner die gedurende het kalenderjaar een aantal uren in beslag neemt

3.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder winst verstaan het gezamenlijke bedrag van de winst die de belastingplichtige als ondernemer geniet uit ondernemingen waarin de partner zonder enige vergoeding arbeid verricht, verminderd met:

a.

winst genoten ter vervanging van door een onteigening gederfde of te derven voordelen uit onderneming;

b.

winst behaald met of bij het staken van een onderneming of een gedeelte van een onderneming, daaronder mede verstaan staking door overlijden als bedoeld in artikel 3.58 en

c.

winst als gevolg van de overbrenging van vermogensbestanddelen naar het buitenland of als gevolg van eindafrekening bedoeld in artikel 3.60 respectievelijk 3.61.