Article 20
in forceEnforcement and supervision
The mayor and aldermen shall make public the fact that an administrative fine as referred to in Article 19 has been imposed for acting in contravention of the rules of good landlordship, as referred to in Articles 2 and 3 or Article 2a, for a violation of the prohibitions referred to in Article 2b, Article 5, paragraph 1, point a or b, or for a decision as referred to in Article 12, paragraph 1 or 2, having been taken, in order to promote compliance therewith, to inform home seekers and tenants, and to provide insight into the exercise of supervision over compliance with these articles, on the understanding that:
the names of the natural persons involved shall not be made public if, in the judgment of the mayor and aldermen, the interest of disclosure does not outweigh the interest referred to in Article 5.1, second paragraph, point (e), of the Open Government Act;
no disclosure shall take place if, in the judgment of the mayor and aldermen, the interest of disclosure does not outweigh the interests referred to in Article 5.1, second paragraph, under c or d, of the Open Government Act.
The disclosure shall not take place until ten working days have elapsed after the day on which the decision to disclose was made known to the interested party.
Upon publication, it shall be stated whether a legal remedy has been lodged against a decision to impose an administrative fine, or whether the possibility to do so exists.
If a petition for a provisional measure as referred to in Article 8:81 of the General Administrative Law Act is filed, the publication shall be suspended until the preliminary relief judge has rendered a decision.
If disclosure is or could be in conflict with the purpose of the supervision of compliance exercised by the officials designated by the mayor and aldermen, disclosure shall be omitted.
The disclosure of the fact that an administrative fine has been imposed for acting in violation of the rules of good landlordship, as referred to in Articles 2 and 3 or Article 2a, or for a violation of the prohibitions referred to in Article 2b or Article 5, paragraph 1, point a or b, shall be removed four years after the date of the decision on disclosure.
The disclosure of the fact that a decision as referred to in Article 12, paragraph 1 or 2, has been taken shall be removed at the moment that the mayor and aldermen decide to terminate the administration pursuant to Article 16.
Further rules shall be established by Order in Council regarding the data to be made public, including the possible response of an interested party in connection with the disclosure of their data, the period within which such data shall be made available, and the manner in which the disclosure takes place.
Burgemeester en wethouders maken het feit dat een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 19, is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a, overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 2b, artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, of een besluit als bedoeld in artikel 12, eerste of tweede lid, is genomen, openbaar teneinde de naleving ervan te bevorderen, woningzoekenden en huurders te informeren en inzicht te geven in het uitvoeren van toezicht op de naleving van deze artikelen, met dien verstande dat:
de namen van betrokken natuurlijke personen niet openbaar worden gemaakt, indien het belang van openbaarmaking naar het oordeel van de burgemeester en wethouders niet opweegt tegen het belang, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onderdeel e, van de Wet open overheid;
geen openbaarmaking plaatsvindt, indien het belang van de openbaarmaking naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet opweegt tegen de belangen, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onderdeel c of d, van de Wet open overheid.
De openbaarmaking geschiedt niet eerder dan nadat tien werkdagen zijn verstreken na de dag waarop het besluit van openbaarmaking aan belanghebbende bekend is gemaakt.
Bij de openbaarmaking wordt vermeld of tegen een besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete een rechtsmiddel is ingesteld dan wel of daartoe de mogelijkheid bestaat.
Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de voorzieningenrechter een uitspraak heeft gedaan.
Indien de openbaarmaking in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het toezicht op de naleving dat door de door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren wordt uitgeoefend, blijft openbaarmaking achterwege.
De openbaarmaking van het feit dat een bestuurlijke boete is opgelegd voor het handelen in strijd met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a, of overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 2b of artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, wordt verwijderd vier jaar na de dagtekening van het besluit van openbaarmaking.
De openbaarmaking van het feit dat een besluit als bedoeld in artikel 12, eerste of tweede lid, is genomen wordt verwijderd op het moment dat burgemeester en wethouders besluiten tot het beëindigen van het beheer op grond van artikel 16.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de openbaar te maken gegevens, waaronder de mogelijke reactie van een belanghebbende in verband met de openbaarmaking van zijn gegevens, de termijn waarop deze gegevens beschikbaar worden gesteld en de wijze waarop de openbaarmaking plaatsvindt.