Dutch Legislation

Article 16

in force

Taking into administration

Good Landlordship Act (2023) · Chapter 5 · In force since 2025-02-12

Source
1.

The mayor and aldermen shall terminate the administration:

a.

if the landlord, by means of a rental plan, has demonstrated to the satisfaction of the mayor and aldermen that he will act in accordance with the rules of good landlordship, as referred to in Articles 2 and 3 or Article 2a, or the applicable conditions, as referred to in Article 8, paragraph 1 or 2, in the future;

b.

if applicable, the necessary provisions or adjustments, referred to in Article 14, paragraph 1, have been implemented; and

c.

if applicable, the remaining costs, as referred to in Article 15, paragraph 4, have been paid by the lessor.

2.

If the ownership of the residential or living space or the building in which that residential or living space is situated has been transferred by the lessor to a new owner, the mayor and aldermen shall terminate the management:

a.

if applicable, the necessary provisions or adjustments, as referred to in Article 14, paragraph 1, have been implemented;

b.

if applicable, the remaining costs, as referred to in Article 15, paragraph 4, have been paid; and

c.

if a permit as referred to in Article 5, paragraph 1, under a or b, is required for the letting of that residential or accommodation space and such permit has been granted to the new owner.

1.

Burgemeester en wethouders beëindigen het beheer:

a.

als de verhuurder door middel van een verhuurplan naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de toekomst zal handelen in overeenstemming met de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in de artikelen 2 en 3 of artikel 2a, of de van toepassing zijnde voorwaarden, bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid;

b.

indien van toepassing, de noodzakelijke voorzieningen of aanpassingen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, zijn uitgevoerd; en

c.

indien van toepassing, de resterende kosten, bedoeld in artikel 15, vierde lid, door de verhuurder zijn voldaan.

2.

Indien het eigendom van de woon- of verblijfsruimte of het gebouw waarin die woon- of verblijfsruimte is gelegen door de verhuurder is overgedragen aan een nieuwe eigenaar beëindigen burgemeester en wethouders het beheer:

a.

indien van toepassing, de noodzakelijke voorzieningen of aanpassingen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, zijn uitgevoerd;

b.

indien van toepassing, de resterende kosten, bedoeld in artikel 15, vierde lid, zijn voldaan; en

c.

indien voor het verhuren van die woon- of verblijfsruimte een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, verplicht is en deze aan de nieuwe eigenaar is verstrekt.