Article 3
in forceThe Board shall provide the data in its possession regarding the donor concerned:
to a person who has been conceived by and as a result of artificial donor insemination and who has reached the age of twelve years, upon his petition, insofar as it concerns the data referred to in Article 2, paragraph 1, under b;
to the parents or one of them of the child conceived by and as a result of artificial donor insemination, upon their petition, if the child has not yet reached the age of twelve years and insofar as it concerns the data referred to in Article 2, paragraph 1, under b.
The personal identifying data of the donor shall be provided to the person conceived by and as a result of artificial donor insemination who has reached the age of sixteen years, upon his petition, after the donor has consented thereto in writing.
Provision shall, if the donor does not consent thereto, only be withheld if, taking into account the consequences that non-provision could have for the petitioner, compelling interests of the donor entail that provision should not take place. The decision to be taken following this balancing of interests shall be made by the Board after having obtained advice from an advisory committee, unless in the opinion of the Board the necessity thereto is lacking.
If the donor has deceased or cannot be found, the consent referred to in the second paragraph shall be deemed to have been refused, unless the spouse (echtgenoot), registered partner (geregistreerd partnerschap) or other life companion or, in the absence of any of them, a relative by blood in the first or second degree, consents in writing to the provision of the personally identifying data. After a refusal to consent, the persons referred to in the first sentence shall be given the opportunity to put forward the interests of the donor in non-provision.
The Board of the College shall without delay notify the donor in writing of a proposed disclosure of his personal data, as well as of the grounds on which this proposal is based. The donor may lodge an objection with the College against the proposed disclosure. Disclosure shall not take place, if it is not based on the consent of the donor, until the decision on the objection has become final. If disclosure of the personal data is withheld on the ground referred to at the end of the second paragraph, the applicant may lodge an objection with the College against the decision to that effect.
Article 6:5, paragraph 1, opening words and subparagraph a, of the General Administrative Law Act (Algemene wet bestuursrecht) shall not apply in respect of the donor.
The parents shall be informed of a provision of data of the donor to a minor who has not yet reached the age of sixteen years. The minor shall be notified thereof. Upon the petition of both parents or one of them, these data shall likewise be provided to them.
The Board shall ensure expert guidance in the provision of the data referred to in paragraphs 1 and 2.
It shall be determined by administrative decree which documents must accompany a petition for the provision of data of the donor.
The Board shall, by means of regulations, in any event establish rules regarding the composition of the advisory committee, whose task is to advise on the assessment of compelling interests (zwaarwegende belangen) put forward by the donor as referred to in the second paragraph.
Het College verstrekt de bij hem berustende gegevens van de betrokken donor:
aan degene die is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting en die de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt, op zijn verzoek, voor zover het betreft de gegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b;
aan de ouders of een van hen van het kind dat door en tengevolge van kunstmatige donorbevruchting is verwekt, op hun verzoek, indien het kind de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt en voor zover het betreft de gegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b.
De persoonsidentificerende gegevens van de donor worden aan degene die is verwekt door en ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting en die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, op zijn verzoek verstrekt, nadat de donor daarmee schriftelijk heeft ingestemd.
Verstrekking blijft, indien de donor daarmee niet instemt, uitsluitend achterwege indien, in aanmerking genomen de gevolgen die niet-verstrekking voor de verzoeker zou kunnen hebben, zwaarwegende belangen van de donor meebrengen dat verstrekking niet behoort plaats te vinden. De naar aanleiding van deze belangenafweging te nemen beslissing wordt door het College genomen na daarover advies te hebben ingewonnen van een adviescommissie, tenzij naar het oordeel van het College de noodzaak daartoe ontbreekt.
Indien de donor is overleden dan wel onvindbaar is, wordt de instemming, bedoeld in het tweede lid, geacht te zijn geweigerd, tenzij de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel dan wel, bij het ontbreken van een van hen, een bloedverwant in de eerste of tweede graad, schriftelijk instemt met de verstrekking van de persoonsidentificerende gegevens. Na een weigering in te stemmen worden de in de eerste volzin bedoelde personen in de gelegenheid gesteld de belangen van de donor bij niet-verstrekking naar voren te brengen.
Het bestuur van het College stelt de donor onverwijld schriftelijk in kennis van een voorgenomen verstrekking van zijn persoonsgegevens, alsmede van de gronden waarop dit voornemen berust. Tegen de voorgenomen verstrekking kan de donor bezwaar maken bij het College. Verstrekking geschiedt, indien deze niet berust op instemming van de donor, niet dan nadat de beslissing op het bezwaar onherroepelijk is geworden. Indien verstrekking van de persoonsgegevens achterwege blijft op de grond, bedoeld in het slot van het tweede lid, kan de aanvrager tegen het daartoe strekkende besluit bezwaar maken bij het College.
Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing ten aanzien van de donor.
Van een verstrekking van gegevens van de donor aan een minderjarige die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, worden de ouders op de hoogte gesteld. Aan de minderjarige wordt hiervan mededeling gedaan. Op verzoek van beide ouders of van een van hen worden deze gegevens eveneens aan hen verstrekt.
Het College draagt zorg voor deskundige begeleiding bij de verstrekking van de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke bescheiden een verzoek tot verstrekking van gegevens van de donor moeten vergezellen.
Het College stelt bij reglement in ieder geval regels vast omtrent de samenstelling van de adviescommissie, die tot taak heeft te adviseren over de beoordeling van door de donor aangevoerde zwaarwegende belangen als bedoeld in het tweede lid.