Article 2a
in forceAn employer who permits a foreign national to perform work in the Netherlands, in respect of whom the prohibition referred to in Article 2 does not apply and who does not belong to the category of foreign nationals referred to in Article 3, paragraph 1, subparagraph (a), is obliged to report this fact in writing at least two working days prior to the commencement of the activities to an authority to be designated by ministerial regulation, subject to the submission of a declaration and supporting documents.
The obligation referred to in paragraph 1 shall not apply if the employer already has a duty to report pursuant to other provisions to be designated by administrative order.
By ministerial regulation, rules may be established regarding the model of the declaration and the supporting documents to be submitted, as referred to in paragraph 1.
Een werkgever die een vreemdeling arbeid in Nederland laat verrichten, ten aanzien waarvan het verbod, bedoeld in artikel 2, niet geldt en die niet behoort tot de categorie vreemdelingen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, is verplicht dit gegeven schriftelijk te melden ten minste twee werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden aan een bij ministeriële regeling aan te wijzen instantie, onder overlegging van een verklaring en bewijsstukken.
De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet, indien de werkgever reeds uit hoofde van andere, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, bepalingen een meldingsplicht heeft.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het model van de verklaring en de over te leggen bewijsstukken, bedoeld in het eerste lid.