Article 42
in forceUnemployment benefit · § The duration of the maintenance payment
The duration of the benefit is at least three months and at most 24 months, calculated from the first day on which the right to the benefit arose.
If the employee:
demonstrates that in the period of five calendar years immediately preceding the calendar year in which his first day of unemployment occurs, he has received wages in at least four calendar years for 52 or more days per calendar year or for 208 or more hours per calendar year respectively, whereby for the period prior to 1 January 2013, 52 or more days shall be decisive and from 1 January 2013, 208 or more hours; or
immediately preceding or on his first day of unemployment is entitled to a benefit pursuant to an act as referred to in Article 19, paragraph 1, part b, c or d;
the duration of the benefit is one month for each calendar year of employment history, insofar as the employment history does not exceed ten calendar years; and
the benefit duration shall, insofar as the employment history exceeds ten calendar years, be extended by half a month for each calendar year of employment history occurring after 2015 and by one month for each calendar year of employment history occurring before 2016. In calculating the benefit duration, the months and half-months shall be added together and, where this calculation does not result in a number of full months, a half-month shall count as 15 calendar days.
In determining the duration of the benefit pursuant to the first and second paragraphs, periods during which a right to a benefit exists pursuant to Article 18, first paragraph, shall be disregarded.
If the duration of the employment history prior to 2016 is not expressed solely in a number of full calendar years, the quarter, half, or three-quarters of a calendar year shall be deemed to be situated after 2015.
If the duration of the employment history occurring after 2015 is not expressed solely in a number of full calendar years, the duration of the employment history shall be rounded down to full calendar years.
The employment history, referred to in the second paragraph, is calculated by aggregating:
the number of calendar years, from and including 2013 up to and including the calendar year immediately preceding the calendar year in which his first day of unemployment occurs, in which the employee has received wages for 208 or more hours;
the number of calendar years, from and including 1998 up to 2013, over which the employee has received wages for 52 or more days; and
the number of calendar years from and including the calendar year in which the employee reached his 18th birthday up to 1998.
A calendar year shall be taken into account for the calculation referred to in paragraph 4, subparagraphs (a) and (b), if, according to the information referred to in Article 33d of the Work and Income (Implementation Structure) Act (Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen), the employee has received wages for 52 or more days or has received wages for 208 or more hours, respectively, in that calendar year.
De uitkeringsduur is ten minste drie maanden en ten hoogste 24 maanden, te rekenen vanaf de eerste dag waarop het recht op uitkering is ontstaan.
Indien de werknemer:
aantoont in de periode van vijf kalenderjaren onmiddellijk voorafgaande aan het kalenderjaar waarin zijn eerste werkloosheidsdag is gelegen, in ten minste vier kalenderjaren over 52 of meer dagen per kalenderjaar respectievelijk over 208 of meer uren per kalenderjaar loon te hebben ontvangen, waarbij voor 1 januari 2013 52 of meer dagen bepalend is en vanaf 1 januari 2013 208 of meer uren; of
onmiddellijk voorafgaande aan of op zijn eerste dag van werkloosheid recht heeft op een uitkering op grond van een wet als genoemd in artikel 19, eerste lid, onderdeel b, c of d;
is de uitkeringsduur een maand voor ieder kalenderjaar arbeidsverleden voor zover het arbeidsverleden niet meer dan tien kalenderjaren is; en
wordt de uitkeringsduur, voor zover het arbeidsverleden meer is dan tien kalenderjaren, verlengd met een halve maand voor ieder kalenderjaar arbeidsverleden gelegen na 2015 en met een maand voor ieder kalenderjaar arbeidsverleden gelegen voor 2016. Bij het berekenen van de uitkeringsduur worden de maanden en de halve maanden bij elkaar opgeteld en wanneer die berekening niet leidt tot een aantal gehele maanden, telt een halve maand voor 15 kalenderdagen.
Bij het vaststellen van de uitkeringsduur op grond van het eerste en tweede lid blijven perioden waarin recht op uitkering bestaat op grond van artikel 18, eerste lid, buiten beschouwing.
Indien de duur van het arbeidsverleden gelegen voor 2016 niet louter uitgedrukt wordt in een aantal gehele kalenderjaren, wordt het kwart, halve of driekwart kalenderjaar geacht gelegen te zijn na 2015.
Als de duur van het arbeidsverleden gelegen na 2015 niet louter uitgedrukt wordt in een aantal gehele kalenderjaren, wordt de duur van het arbeidsverleden naar beneden afgerond tot gehele kalenderjaren.
Het arbeidsverleden, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door samentelling van:
het aantal kalenderjaren, vanaf en met inbegrip van 2013 tot en met het kalenderjaar onmiddellijk voorafgaande aan het kalenderjaar waarin zijn eerste werkloosheidsdag is gelegen, waarin de werknemer over 208 of meer uren loon heeft ontvangen;
het aantal kalenderjaren, vanaf en met inbegrip van 1998 tot 2013, waarover de werknemer over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen; en
het aantal kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het kalenderjaar waarin de werknemer zijn 18e verjaardag bereikte tot 1998.
Een kalenderjaar wordt in aanmerking genomen bij de berekening, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a en b, indien volgens de informatie, bedoeld in artikel 33d van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de werknemer in dat kalenderjaar over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen respectievelijk over 208 of meer uren loon heeft ontvangen.