Article 149a
in forceExemption, dispensation and authorisation
In this Article, Articles 149aa and 149b, and the provisions based on these Articles, 'road authority' (wegbeheerder) shall be understood to mean: the authority competent to grant an exemption pursuant to Article 149, paragraph 1.
By way of derogation from Article 149, paragraph 1, an exemption from the provisions pursuant to Article 13 and Article 71 may be granted or refused exclusively by the Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer), in cases designated by Order in Council, in accordance with rules established by or pursuant to an Order in Council.
Rules may be established by or pursuant to an Order in Council regarding the parties with whom and the manner in which the Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer) conducts periodic consultations with respect to the implementation of this article and Article 149b.
The costs associated with the processing of the application and the granting of the exemption, as well as the costs associated with the conducting of investigations and the related issuance of documents for the purpose of granting the exemption, shall be borne by the applicant. In the application of Article 4b, paragraph 1, point n, with regard to these costs, it may be determined that the reimbursement of the costs shall be paid prior to the processing of the application.
For the purpose of granting the exemption referred to in the second paragraph, the Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer) shall process data relating to the applicant, the vehicle, and the registration number that are included in the applications for exemptions and in issued exemptions.
Upon request, the data regarding the content of issued and refused exemptions, as well as the data regarding the number and nature of the exemptions, shall be provided to the supervisors referred to in Article 158 and to the road authorities in the manner to be determined by the Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer), insofar as they require such data for the performance of their duties.
In dit artikel, de artikelen 149aa en 149b en de op deze artikelen berustende bepalingen wordt verstaan onder wegbeheerder: het ingevolge artikel 149, eerste lid, tot het verlenen van een ontheffing bevoegde gezag.
In afwijking van artikel 149, eerste lid, kan uitsluitend door de Dienst Wegverkeer ontheffing worden verleend of geweigerd van het bepaalde krachtens artikel 13 en artikel 71, in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de partijen waarmee en de wijze waarop de Dienst Wegverkeer periodiek overleg voert met betrekking tot de uitvoering van dit artikel en artikel 149b.
De kosten die samenhangen met de behandeling van de aanvraag en de verlening van de ontheffing, alsmede de kosten die samenhangen met het verrichten van onderzoeken en met daarbij behorende afgifte van documenten ten behoeve van de ontheffingverlening worden ten laste gebracht van de aanvrager. Bij de toepassing van artikel 4b, eerste lid, onderdeel n, met betrekking tot deze kosten kan worden bepaald dat de vergoeding van de kosten voorafgaand aan de behandeling van de aanvraag wordt betaald.
Ten behoeve van de ontheffingverlening, bedoeld in het tweede lid, verwerkt de Dienst Wegverkeer gegevens met betrekking tot aanvrager, voertuig en kenteken die zijn opgenomen in de aanvragen voor ontheffingen en in afgegeven ontheffingen.
Aan de toezichthouders bedoeld in artikel 158 en aan de wegbeheerders worden op de door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze desgevraagd de gegevens met betrekking tot de inhoud van de afgegeven en geweigerde ontheffingen en de gegevens met betrekking tot het aantal en de aard van de ontheffingen verstrekt, die zij voor de uitoefening van hun taak behoeven.