Dutch Legislation

Article 149

in force

Exemption, dispensation and authorisation

Road Traffic Act 1994 · Chapter VII · In force since 2014-03-19

Source
1.

Exemption may be granted from the provisions pursuant to this Act in the cases designated pursuant to this Act, in accordance with rules established pursuant to this Act.

a.

for roads under the management of the State by Our Minister;

b.

for roads under the management of a province, by the provincial executive;

c.

for roads under the management of a water board (waterschap) by the general board or, pursuant to a decision of the general board, by the executive board;

d.

for other roads by the mayor and aldermen or, pursuant to a decision by them, by an administrative committee established by them.

2.

By way of derogation from the first paragraph, an exemption from the use of seat belts and child restraint systems may be granted by the CBR. Further rules in this regard may be established by or pursuant to an Order in Council.

3.

The authority empowered to grant an exemption pursuant to the first paragraph may grant an exemption from the registration obligation as referred to in Article 36, paragraph 1, for trailers used for the purpose of an event or procession for which a permit has been issued pursuant to a municipal by-law. Further rules may be laid down in this regard by ministerial regulation.

1.

Van het bepaalde krachtens deze wet kan in de krachtens deze wet aangewezen gevallen overeenkomstig krachtens deze wet vastgestelde regels ontheffing worden verleend:

a.

voor wegen onder beheer van het Rijk door Onze Minister;

b.

voor wegen onder beheer van een provincie door gedeputeerde staten;

c.

voor wegen onder beheer van een waterschap door het algemeen bestuur of, krachtens besluit van het algemeen bestuur, door het dagelijks bestuur;

d.

voor andere wegen door burgemeester en wethouders of krachtens besluit van hen, door een door hen ingestelde bestuurscommissie.

2.

In afwijking van het eerste lid kan door het CBR ontheffing worden verleend van het gebruik van autogordels en kinderbeveiligingsmiddelen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen terzake nadere regels worden vastgesteld.

3.

Het op grond van het eerste lid tot het verlenen van een ontheffing bevoegde gezag kan van de kentekenplicht als bedoeld in artikel 36, eerste lid, ontheffing verlenen voor aanhangwagens die worden gebruikt ten behoeve van een evenement of optocht waarvoor een vergunning op grond van een gemeentelijke verordening is afgegeven. Bij ministeriële regeling kunnen terzake nadere regels worden gesteld.