Dutch Legislation

Article 86

in force

Use of vehicles on the road · § Quality supervision of periodic inspections

Road Traffic Act 1994 · Chapter V · § 5 · In force since 2026-01-01

Source
1.

The Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer) shall, after an inspection has been performed, subject a number of vehicles, to be determined by ministerial regulation, to a random re-inspection for the purpose of supervising:

a.

the proper execution of the inspection;

b.

submitting it to an inspection by natural persons authorised for that purpose.

2.

The owner or holder of a motor vehicle or a trailer for which a re-inspection is required is obliged to keep the vehicle available at the place of inspection until the re-inspection has taken place. This obligation applies for a period of no more than 90 minutes following the notification referred to in Article 79.

3.

The inspection report of a motor vehicle or a trailer for which a re-inspection is required shall only be issued at the moment that the period referred to in the previous paragraph has expired or after the re-inspection has taken place.

4.

The validity of the inspection certificate shall expire if the owner or holder fails to comply with the obligations referred to in the second paragraph, or if the motor vehicle or trailer does not meet the requirements referred to in Article 75, paragraph 1, upon re-inspection.

5.

Further rules may be established by ministerial regulation regarding the number of vehicles referred to in the first paragraph on which a random check is carried out, regarding the manner in which the random check is carried out, as well as regarding the obligation of the owner or holder to cooperate therein. These rules may provide that intensified supervision shall be exercised if it appears that there is non-compliance with one or more obligations arising from the authorisation or non-compliance with one or more obligations arising from the authority to subject vehicles to an inspection.

1.

De Dienst Wegverkeer onderwerpt ten minste een bij ministeriële regeling te bepalen aantal voertuigen na een verrichte keuring steekproefsgewijs aan een herkeuring met het oog op het toezicht op:

a.

de juiste uitvoering van de keuring;

b.

het aan een keuring onderwerpen door daartoe bevoegde natuurlijke personen.

2.

De eigenaar of houder van een motorrijtuig of een aanhangwagen, waarvoor een herkeuring wordt geëist, is verplicht het voertuig op de plaats van de keuring beschikbaar te houden totdat de herkeuring heeft plaatsgevonden. Deze verplichting geldt voor een periode van ten hoogste 90 minuten na de in artikel 79 bedoelde mededeling.

3.

Het keuringsrapport van een motorrijtuig of een aanhangwagen waarvoor een herkeuring wordt geëist wordt pas afgegeven op het moment dat de periode genoemd in het vorige lid is verstreken of nadat de herkeuring heeft plaatsgevonden.

4.

De geldigheid van het keuringsbewijs vervalt indien de eigenaar of houder niet voldoet aan de in het tweede lid bedoelde verplichtingen of indien het motorrijtuig of de aanhangwagen bij de herkeuring niet voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 75, eerste lid.

5.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld betreffende het in het eerste lid bedoelde aantal voertuigen waarop een steekproef wordt uitgevoerd, betreffende de wijze waarop de steekproef wordt uitgevoerd, alsmede betreffende de verplichting tot medewerking daaraan van de eigenaar of houder. Deze regels kunnen inhouden dat een verscherpt toezicht wordt gehouden indien blijkt dat wordt gehandeld in strijd met een of meer uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen of in strijd met een of meer uit de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen voortvloeiende verplichtingen.