Dutch Legislation

Article 73

in force

Use of vehicles on the road · § Periodic obligation to undergo inspection

Road Traffic Act 1994 · Chapter V · § 2 · In force since 2009-05-01

Source
1.

Article 72 does not apply if:

a.

for the motor vehicle or the trailer, in respect of an inspection which is prescribed pursuant to an act other than this Act and which, as evidenced by designation by ministerial regulation, comprises at least a check of the requirements referred to in Article 75, paragraph 1, a certificate of inspection of which the period of validity has not expired has been issued, or

b.

The validity of the registration certificate issued for the vehicle concerned has been suspended in accordance with paragraph 6 of Chapter IV.

2.

By Order in Council, it may be determined, subject to conditions to be stipulated therein, that:

a.

Article 72 shall not apply to motor vehicles and trailers as long as a period to be determined by Order in Council has not yet elapsed, calculated from the time at which these vehicles were first admitted to the road, which period may be determined differently for various groups of vehicles, as well as for vehicles that were first admitted to the road before or after a time to be determined by Order in Council, respectively; it may be further determined by Order in Council at what time a vehicle is deemed to have been first admitted to the road.

b.

Article 72 does not apply to further designated categories of motor vehicles or trailers. This includes, in any event, trailers with a maximum authorised mass not exceeding 3500 kg;

c.

in certain exceptional cases a temporary derogation from Article 72 is or may be made;

d.

Article 72 shall not apply to the presence of that vehicle on the road during a period to be determined after the expiration of the validity period of the inspection certificate issued for the vehicle.

3.

Further rules may be established by ministerial regulation with regard to the second paragraph, points (b) and (c).

1.

Artikel 72 geldt niet indien:

a.

voor het motorrijtuig of de aanhangwagen ter zake van een keuring die ingevolge een andere dan deze wet is voorgeschreven en blijkens aanwijzing bij ministeriële regeling ten minste een controle inhoudt op de eisen, bedoeld in artikel 75, eerste lid, een keuringsdocument waarvan de geldigheidsduur niet is verstreken, is afgegeven, dan wel

b.

de geldigheid van het voor het betrokken voertuig afgegeven kentekenbewijs is geschorst overeenkomstig paragraaf 6 van hoofdstuk IV.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kan onder daarbij te stellen voorwaarden worden bepaald dat:

a.

artikel 72 niet geldt voor motorrijtuigen en aanhangwagens zolang gerekend vanaf het tijdstip waarop deze voertuigen voor het eerst op de weg zijn toegelaten, nog geen bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn is verstreken, die voor verschillende groepen van voertuigen, alsmede voor voertuigen die voor, onderscheidenlijk na een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip voor het eerst op de weg zijn toegelaten verschillend kan worden vastgesteld; bij algemene maatregel van bestuur kan nader worden bepaald op welk tijdstip een voertuig geacht wordt voor het eerst op de weg te zijn toegelaten;

b.

artikel 72 niet geldt voor nader aangewezen groepen van motorrijtuigen of aanhangwagens. Hieronder vallen in ieder geval aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg;

c.

in bepaalde uitzonderingsgevallen tijdelijk wordt of kan worden afgeweken van artikel 72;

d.

artikel 72 gedurende een nader te bepalen termijn na het tijdstip van verstrijken van de geldigheidsduur van het voor het voertuig afgegeven keuringsbewijs niet geldt voor het op de weg staan van dat voertuig.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het tweede lid, onderdelen b en c.