Dutch Legislation

Article 67

in force

Registration numbers and registration certificates · § Suspension

Road Traffic Act 1994 · Chapter IV · § 6 · In force since 2015-01-01

Source
1.

If a vehicle is not used on the road, the Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer) shall, upon the application of the owner or holder of that vehicle and against payment of the fee determined for this purpose by said authority in the manner established by the Netherlands Vehicle Authority, suspend the registration in the vehicle registration register.

2.

The amount of the rate referred to in the first paragraph may be determined differently for various categories of vehicles or for owners or holders of vehicles. For applications submitted within one year after the application for a suspension which has ended pursuant to Article 68, first paragraph, parts (a) and (d), the rate may be set higher than the rate for the latter application.

3.

The petition for a suspension shall be made in accordance with rules established by order in council.

4.

Further rules shall be established by ministerial regulation regarding that which is determined pursuant to the third paragraph.

5.

Upon granting the suspension, the Netherlands Vehicle Authority (Dienst Wegverkeer) shall enter a notation in the vehicle registration register, in accordance with rules established by general administrative order, indicating that a suspension has been granted.

1.

Indien met een voertuig geen gebruik van de weg wordt gemaakt, schorst de Dienst Wegverkeer op aanvraag van de eigenaar of houder van dat voertuig, tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief, de tenaamstelling in het kentekenregister.

2.

De hoogte van het in het eerste lid bedoelde tarief kan voor verschillende groepen voertuigen dan wel eigenaren of houders van voertuigen verschillend worden vastgesteld. Voor aanvragen die worden ingediend binnen een jaar na de aanvraag van een schorsing welke ingevolge artikel 68, eerste lid, onderdelen a en d, is geëindigd, kan het tarief hoger worden vastgesteld dan het tarief voor laatstgenoemde aanvraag.

3.

De aanvraag van een schorsing dient te geschieden overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels.

4.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld omtrent het krachtens het derde lid bepaalde.

5.

De Dienst Wegverkeer plaatst bij het verlenen van de schorsing overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels in het kentekenregister een aantekening waaruit blijkt dat schorsing is verleend.