Article 60
in forceRegistration numbers and registration certificates · § Registration certificates
As from a time to be determined by Order in Council, the holder of a registration certificate is obliged, upon the first demand of persons designated by Order in Council, to surrender such parts of that certificate as are to be determined by Order in Council, if, in the opinion of those persons:
with regard to the vehicle for which the registration certificate has been issued, the taxes and duties due have not been paid;
if the registered vehicle does not comply with the requirements established by or pursuant to this Act, with the exception of Chapter III;
the vehicle for which the registration certificate has been issued is a damaged vehicle that meets the characteristics determined by ministerial regulation, or if the vehicle, following the repair of the damage, does not meet the requirements to be established by ministerial regulation regarding the manner in which the damage has been repaired.
If it concerns a registration certificate issued for a trailer that is provided with an identification plate in accordance with the provisions determined by ministerial regulation, the claim may be satisfied within a period established by that measure.
The persons referred to in the first paragraph shall return the registration certificate, after inspection, to the person who was obliged to surrender it.
Further rules regarding the obligation to surrender registration certificates shall be established by Order in Council.
De houder van een kentekenbewijs is vanaf een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld tijdstip op eerste vordering van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen verplicht tot overgifte van bij algemene maatregel van bestuur te bepalen delen van dat bewijs, indien naar het oordeel van die personen:
ter zake van het voertuig, waarvoor het kentekenbewijs is afgegeven, de verschuldigde belastingen en rechten niet zijn voldaan;
indien het ingeschreven voertuig niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet, met uitzondering van hoofdstuk III, vastgestelde eisen;
het voertuig waarvoor het kentekenbewijs is afgegeven een schadevoertuig betreft dat voldoet aan bij ministeriële regeling vastgestelde kenmerken, dan wel indien het voertuig na herstel van de schade niet voldoet aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen ten aanzien van de wijze waarop de schade is hersteld.
Indien het een kentekenbewijs betreft dat is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig het bij ministeriële regeling bepaalde is voorzien van een identificatieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een bij die maatregel vastgestelde termijn.
De in het eerste lid bedoelde personen geven het kentekenbewijs na inzage terug aan degene die tot overgifte verplicht was.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de verplichting tot overgifte van kentekenbewijzen.