Article 30
in forceThe collection of the administrative sanction
The person whose driving licence may be seized by Our Minister is obliged, upon the first demand of Our Minister, to surrender the driving licence at a time to be determined and at a place to be designated by Our Minister.
The period referred to in Article 28a shall commence at the time at which the surrender of the driving licence has taken place.
If the obligation to surrender the driving licence is not complied with, Our Minister is authorised to have that driving licence surrendered at the expense of the person referred to in the first paragraph. Division 5.3 of the General Administrative Law Act (Algemene wet bestuursrecht) does not apply.
Our Minister shall, without delay, notify the administrator of the driving licence register within the meaning of the Road Traffic Act 1994 (Wegenverkeerswet 1994) of the time referred to in the first and second paragraphs. Our Minister shall, in the same manner, notify the time at which the driving licence has been returned.
Degene wiens rijbewijs kan worden ingenomen door Onze Minister, is verplicht op eerste vordering van Onze Minister het rijbewijs in te leveren op een door Onze Minister te bepalen tijdstip en aan te wijzen plaats.
De termijn, bedoeld in artikel 28a, vangt aan op het tijdstip waarop de inlevering van het rijbewijs heeft plaatsgevonden.
Indien aan de verplichting tot inlevering van het rijbewijs niet wordt voldaan, is Onze Minister bevoegd dat rijbewijs op kosten van de in het eerste lid bedoelde persoon te doen inleveren. Afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
Onze Minister doet van het tijdstip, bedoeld in het eerste en in het tweede lid, onverwijld mededeling aan de beheerder van het rijbewijzenregister in de zin van de Wegenverkeerswet 1994. Onze Minister doet op gelijke wijze mededeling van het tijdstip waarop het rijbewijs is teruggegeven.