Dutch Legislation

Article 46

in force

REGISTRATION PROCEDURE

Community Designs Regulation 6/2002 · Chapter 5 · In force since None

Source

1. Where, in carrying out the examination under Article 45, the Office notes that there are deficiencies which may be corrected, the Office shall request the applicant to remedy them within the prescribed period.

2. If the deficiencies concern the requirements referred to in Article 36(1) and the applicant complies with the Office's request within the prescribed period, the Office shall accord as the date of filing the date on which the deficiencies are remedied. If the deficiencies are not remedied within the prescribed period, the application shall not be dealt with as an application for a registered Community design.

3. If the deficiencies concern the requirements, including the payment of fees, as referred to in Article 45(2)(a), (b) and (c) and the applicant complies with the Office's request within the prescribed period, the Office shall accord as the date of filing the date on which the application was originally filed. If the deficiencies or the default in payment are not remedied within the prescribed period, the Office shall refuse the application.

4. If the deficiencies concern the requirements referred to in Article 45(2)(d), failure to remedy them within the prescribed period shall result in the loss of the right of priority for the application.

1. Wanneer het Bureau bij zijn onderzoek overeenkomstig artikel 45 vaststelt dat er gebreken zijn die kunnen worden hersteld, verzoekt het de aanvrager om deze binnen de voorgeschreven termijn op te heffen.

2. Indien de gebreken verband houden met de vereisten van artikel 36, lid 1, en de aanvrager binnen de voorgeschreven termijn gehoor geeft aan het verzoek van het Bureau, kent het Bureau als datum van indiening de datum toe waarop de gebreken zijn opgeheven. Indien de gebreken niet binnen de vastgestelde termijn worden opgeheven, wordt de aanvrage niet als aanvrage om een ingeschreven Gemeenschapsmodel behandeld.

3. Indien de gebreken verband houden met de vereisten van artikel 45, lid 2, onder a) tot en met c), met inbegrip van de betaling van taksen, en de aanvrager binnen de voorgeschreven termijn aan het verzoek van het Bureau voldoet, kent het Bureau als datum van indiening de datum toe waarop de aanvrage oorspronkelijk werd ingediend. Indien de vastgestelde gebreken niet worden opgeheven en de achterstallige betalingen niet binnen de voorgeschreven termijn worden verricht, wordt de aanvrage door het Bureau afgewezen.

4. Indien de gebreken verband houden met de vereisten van artikel 45, lid 2, onder d), heeft het verzuim om de gebreken binnen de voorgeschreven termijn op te heffen tot gevolg dat het recht van voorrang voor de aanvrage vervalt.