Article 25
in forceTHE LAW RELATING TO DESIGNS
1. A Community design may be declared invalid only in the following cases:
(a) if the design does not correspond to the definition under Article 3(a);
(b) if it does not fulfil the requirements of Articles 4 to 9;
(c) if, by virtue of a court decision, the right holder is not entitled to the Community design under Article 14;
(d) if the Community design is in conflict with a prior design which has been made available to the public after the date of filing of the application or, if a priority is claimed, the date of priority of the Community design, and which is protected from a date prior to the said date by a registered Community design or an application for such a design, or by a registered design right of a Member State, or by an application for such a right;
(e) if a distinctive sign is used in a subsequent design, and Community law or the law of the Member State governing that sign confers on the right holder of the sign the right to prohibit such use;
(f) if the design constitutes an unauthorised use of a work protected under the copyright law of a Member State;
(g) if the design constitutes an improper use of any of the items listed in Article 6ter of the "Paris Convention" for the Protection of Industrial Property hereafter referred to as the "Paris Convention", or of badges, emblems and escutcheons other than those covered by the said Article 6ter and which are of particular public interest in a Member State.
2. The ground provided for in paragraph (1)(c) may be invoked solely by the person who is entitled to the Community design under Article 14.
3. The grounds provided for in paragraph (1)(d), (e) and (f) may be invoked solely by the applicant for or holder of the earlier right.
4. The ground provided for in paragraph (1)(g) may be invoked solely by the person or entity concerned by the use.
5. Paragraphs 3 and 4 shall be without prejudice to the freedom of Member States to provide that the grounds provided for in paragraphs 1(d) and (g) may also be invoked by the appropriate authority of the Member State in question on its own initiative.
6. A registered Community design which has been declared invalid pursuant to paragraph (1)(b), (e), (f) or (g) may be maintained in an amended form, if in that form it complies with the requirements for protection and the identity of the design is retained. "Maintenance" in an amended form may include registration accompanied by a partial disclaimer by the holder of the registered Community design or entry in the register of a court decision or a decision by the Office declaring the partial invalidity of the registered Community design.
1. Een Gemeenschapsmodel kan slechts in de volgende gevallen nietig worden verklaard:
a) het model stemt niet overeen met de omschrijving van artikel 3, onder a);
b) het beantwoordt niet aan de voorwaarden van de artikelen 4 tot en met 9;
c) de houder van het recht kan krachtens een rechterlijke beslissing geen aanspraak op het Gemeenschapsmodel maken uit hoofde van artikel 14;
d) het Gemeenschapsmodel is strijdig met een ouder model dat na de datum van indiening van de aanvrage of, wanneer aanspraak op voorrang wordt gemaakt, na de datum van voorrang voor het publiek beschikbaar is gesteld, en dat vanaf een aan deze datum voorafgaand tijdstip wordt beschermd als ingeschreven Gemeenschapsmodel dan wel door een aanvrage om inschrijving als Gemeenschapsmodel of door een ingeschreven modelrecht van een lidstaat dan wel door een aanvrage om een zodanig recht;
e) in een later model wordt van een onderscheidend teken gebruik gemaakt en het Gemeenschapsrecht of het recht van de lidstaat dat op dat teken van toepassing is, staat de houder van het recht op het teken toe dat gebruik te verbieden;
f) in het model wordt zonder toestemming gebruik gemaakt van een werk dat in een lidstaat auteursrechtelijk is beschermd;
g) het model vormt een oneigenlijk gebruik van een van de in artikel 6 ter van het Verdrag van Parijs ter bescherming van de industriële eigendom, hierna "Verdrag van Parijs" genoemd, genoemde zaken, of van kentekenen, emblemen en wapens die niet onder genoemd artikel 6 ter vallen en die in een lidstaat van bijzonder algemeen belang zijn.
2. De in lid 1, onder c), vermelde grond kan alleen worden ingeroepen door degene die uit hoofde van artikel 14 aanspraak kan maken op het Gemeenschapsmodel.
3. De in lid 1, onder d), e) en f), vermelde gronden kunnen alleen door de aanvrager of de houder van het oudere recht worden ingeroepen.
4. De in lid 1, onder g), vermelde grond kan alleen door de belanghebbende worden ingeroepen.
5. De leden 3 en 4 gelden onverminderd de vrijheid van de lidstaat om te bepalen dat de in lid 1, onder d) en g), vermelde gronden ook ambtshalve door de bevoegde instantie van die lidstaat kunnen worden ingeroepen.
6. Een ingeschreven Gemeenschapsmodel dat overeenkomstig lid 1, onder b), e), f) of g), nietig is verklaard, kan in gewijzigde vorm worden gehandhaafd, indien het in die vorm aan de beschermingsvoorwaarden voldoet en het model zijn identiteit behoudt. Handhaving in gewijzigde vorm kan erin bestaan dat de inschrijving vergezeld gaat van een verklaring van de houder van het ingeschreven Gemeenschapsmodel dat hij gedeeltelijk afziet van aanspraken op dat recht, of van een vermelding in het register van een rechterlijke beslissing of een beslissing van het Bureau waarbij het ingeschreven Gemeenschapsmodel gedeeltelijk nietig is verklaard.