Dutch Legislation

Article 15

in force

THE LAW RELATING TO DESIGNS

Community Designs Regulation 6/2002 · Chapter 2 · In force since None

Source

1. If an unregistered Community design is disclosed or claimed by, or a registered Community design has been applied for or registered in the name of, a person who is not entitled to it under Article 14, the person entitled to it under that provision may, without prejudice to any other remedy which may be open to him, claim to become recognised as the legitimate holder of the Community design.

2. Where a person is jointly entitled to a Community design, that person may, in accordance with paragraph 1, claim to become recognised as joint holder.

3. Legal proceedings under paragraphs 1 or 2 shall be barred three years after the date of publication of a registered Community design or the date of disclosure of an unregistered Community design. This provision shall not apply if the person who is not entitled to the Community design was acting in bad faith at the time when such design was applied for or disclosed or was assigned to him.

4. In the case of a registered Community design, the following shall be entered in the register:

(a) the mention that legal proceedings under paragraph 1 have been instituted;

(b) the final decision or any other termination of the proceedings;

(c) any change in the ownership of the registered Community design resulting from the final decision.

1. Wanneer een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel openbaar wordt gemaakt door of wanneer daarop aanspraak wordt gemaakt door, of wanneer een ingeschreven Gemeenschapsmodel is aangevraagd of ingeschreven op naam van een persoon die uit hoofde van artikel 14 daarop geen recht heeft, kan de rechthebbende uit hoofde van genoemde bepaling, onverminderd andere door rechten of maatregelen, vorderen dat hij als rechtmatig houder van het Gemeenschapsmodel wordt erkend.

2. Een persoon die samen met anderen recht heeft op een Gemeenschapsmodel, kan overeenkomstig lid 1 vorderen dat hij als medehouder daarvan wordt erkend.

3. Rechtsvorderingen uit hoofde van de leden 1 of 2 kunnen worden ingesteld binnen drie jaar na de datum waarop een ingeschreven Gemeenschapsmodel werd gepubliceerd of een niet-ingeschreven Gemeenschapsmodel openbaar werd gemaakt. Deze bepaling is niet van toepassing, indien de persoon die geen recht heeft op het Gemeenschapsmodel te kwader trouw was op het ogenblik waarop een dergelijk model werd aangevraagd of openbaar gemaakt of aan hem werd overgedragen.

4. In het geval van een ingeschreven Gemeenschapsmodel worden de volgende gegevens in het register opgenomen:

a) de vermelding dat overeenkomstig lid 1 een rechtsvordering is ingesteld;

b) de in kracht van gewijsde gegane beslissing of een andere beëindiging van de procedure;

c) een verandering in de eigendom van het ingeschreven Gemeenschapsmodel ten gevolge van de in kracht van gewijsde gegane beslissing.