Article 49
in forceIMPLEMENTATION, COOPERATION, PENALTIES AND ENFORCEMENT
1. Member States shall designate one or more competent authorities to be responsible for the supervision of providers of intermediary services and enforcement of this Regulation (‘competent authorities’).
2. Member States shall designate one of the competent authorities as their Digital Services Coordinator. The Digital Services Coordinator shall be responsible for all matters relating to supervision and enforcement of this Regulation in that Member State, unless the Member State concerned has assigned certain specific tasks or sectors to other competent authorities. The Digital Services Coordinator shall in any event be responsible for ensuring coordination at national level in respect of those matters and for contributing to the effective and consistent supervision and enforcement of this Regulation throughout the Union.
For that purpose, Digital Services Coordinators shall cooperate with each other, other national competent authorities, the Board and the Commission, without prejudice to the possibility for Member States to provide for cooperation mechanisms and regular exchanges of views between the Digital Services Coordinator and other national authorities where relevant for the performance of their respective tasks.
Where a Member State designates one or more competent authorities in addition to the Digital Services Coordinator, it shall ensure that the respective tasks of those authorities and of the Digital Services Coordinator are clearly defined and that they cooperate closely and effectively when performing their tasks.
3. Member States shall designate the Digital Services Coordinators by 17 February 2024.
Member States shall make publicly available, and communicate to the Commission and the Board, the name of their competent authority designated as Digital Services Coordinator and information on how it can be contacted. The Member State concerned shall communicate to the Commission and the Board the name of the other competent authorities referred to in paragraph 2, as well as their respective tasks.
4. The provisions applicable to Digital Services Coordinators set out in Articles 50, 51 and 56 shall also apply to any other competent authorities that the Member States designate pursuant to paragraph 1 of this Article.
1. De lidstaten duiden een of meer bevoegde autoriteiten aan als verantwoordelijke voor het toezicht op aanbieders van tussenhandeldiensten en de uitvoering van deze verordening (“bevoegde autoriteiten”).
2. De lidstaten duiden een van de bevoegde autoriteiten aan als hun digitaledienstencoördinator. De digitaledienstencoördinator is verantwoordelijk voor alle kwesties die verband houden met het toezicht op en de handhaving van deze verordening in die lidstaat, tenzij de betrokken lidstaat bepaalde specifieke taken of sectoren aan andere bevoegde autoriteiten heeft toegewezen. De digitaledienstencoördinator is in elk geval verantwoordelijk voor de coördinatie op nationaal niveau in verband met deze kwesties en voor het bijdragen tot het doeltreffend en consistent toezicht houden op en handhaven van deze verordening binnen de hele Unie.
Hiertoe werken digitaledienstencoördinatoren samen met elkaar, met andere nationale bevoegde autoriteiten, met de digitaledienstenraad en met de Commissie, zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid voor de lidstaten om te voorzien in samenwerkingsmechanismen en regelmatige gedachtewisselingen tussen de digitaledienstencoördinator en andere nationale autoriteiten indien dit relevant is voor de uitvoering van hun respectieve taken.
Indien een lidstaat naast de digitaledienstencoördinator één of meer bevoegde autoriteiten aanwijst, moet hij ervoor zorgen dat de respectieve taken van die autoriteiten en van de digitaledienstencoördinator duidelijk gedefinieerd zijn en dat zij nauw en doeltreffend samenwerken bij de uitvoering van hun taken.
3. De lidstaten duiden de digitaledienstencoördinatoren aan uiterlijk op 17 februari 2024.
De lidstaten delen de naam van hun bevoegde autoriteit die is aangeduid als digitaledienstencoördinator alsook informatie over hoe deze kan worden bereikt, mee aan de Commissie en de digitaledienstenraad. De betrokken lidstaat deelt de naam en de respectieve taken van de andere bevoegde autoriteiten als bedoeld in lid 2 mee aan de Commissie en de digitaledienstenraad.
4. De in de artikelen 50, 51 en 56 bis uiteengezette bepalingen die gelden voor digitaledienstencoördinatoren zijn ook van toepassing op eventuele andere bevoegde autoriteiten die de lidstaten krachtens lid 1 van dit artikel aanwijzen.