Dutch Legislation

Article 22

in force

DUE DILIGENCE OBLIGATIONS FOR A TRANSPARENT AND SAFE ONLINE ENVIRONMENT

Regulation (EU) 2022/2065 — Digital Services Act · Chapter 3 · In force since None

Source

1. Providers of online platforms shall take the necessary technical and organisational measures to ensure that notices submitted by trusted flaggers, acting within their designated area of expertise, through the mechanisms referred to in Article 16, are given priority and are processed and decided upon without undue delay.

2. The status of ‘trusted flagger’ under this Regulation shall be awarded, upon application by any entity, by the Digital Services Coordinator of the Member State in which the applicant is established, to an applicant that has demonstrated that it meets all of the following conditions:

(a) it has particular expertise and competence for the purposes of detecting, identifying and notifying illegal content;

(b) it is independent from any provider of online platforms;

(c) it carries out its activities for the purposes of submitting notices diligently, accurately and objectively.

3. Trusted flaggers shall publish, at least once a year easily comprehensible and detailed reports on notices submitted in accordance with Article 16 during the relevant period. The report shall list at least the number of notices categorised by:

(a) the identity of the provider of hosting services,

(b) the type of allegedly illegal content notified,

(c) the action taken by the provider.

Those reports shall include an explanation of the procedures in place to ensure that the trusted flagger retains its independence.

Trusted flaggers shall send those reports to the awarding Digital Services Coordinator, and shall make them publicly available. The information in those reports shall not contain personal data.

4. Digital Services Coordinators shall communicate to the Commission and the Board the names, addresses and email addresses of the entities to which they have awarded the status of the trusted flagger in accordance with paragraph 2 or whose trusted flagger status they have suspended in accordance with paragraph 6 or revoked in accordance with paragraph 7.

5. The Commission shall publish the information referred to in paragraph 4 in a publicly available database, in an easily accessible and machine-readable format, and shall keep the database up to date.

6. Where a provider of online platforms has information indicating that a trusted flagger has submitted a significant number of insufficiently precise, inaccurate or inadequately substantiated notices through the mechanisms referred to in Article 16, including information gathered in connection to the processing of complaints through the internal complaint-handling systems referred to in Article 20(4), it shall communicate that information to the Digital Services Coordinator that awarded the status of trusted flagger to the entity concerned, providing the necessary explanations and supporting documents. Upon receiving the information from the provider of online platforms, and if the Digital Services Coordinator considers that there are legitimate reasons to open an investigation, the status of trusted flagger shall be suspended during the period of the investigation. That investigation shall be carried out without undue delay.

7. The Digital Services Coordinator that awarded the status of trusted flagger to an entity shall revoke that status if it determines, following an investigation either on its own initiative or on the basis information received from third parties, including the information provided by a provider of online platforms pursuant to paragraph 6, that the entity no longer meets the conditions set out in paragraph 2. Before revoking that status, the Digital Services Coordinator shall afford the entity an opportunity to react to the findings of its investigation and its intention to revoke the entity’s status as trusted flagger.

8. The Commission, after consulting the Board, shall, where necessary, issue guidelines to assist providers of online platforms and Digital Services Coordinators in the application of paragraphs 2, 6 and 7.

1. Aanbieders van onlineplatforms nemen de nodige technische en organisatorische maatregelen om te verzekeren dat meldingen die zijn gedaan door betrouwbare flaggers die binnen hun aangewezen expertiseterrein werken via de in artikel 16 genoemde mechanismen prioritair en onverwijld worden verwerkt en afgehandeld.

2. Op verzoek van een entiteit wordt de status van “betrouwbare flagger” uit hoofde van deze verordening toegekend door de digitaledienstencoördinator van de lidstaat waarin de aanvrager is gevestigd, aan een aanvrager die heeft aangetoond dat hij aan elk van de volgende voorwaarden voldoet:

a) hij heeft specifieke expertise en bevoegdheid voor het opsporen, identificeren en melden van illegale inhoud;

b) hij is onafhankelijk van enige aanbieder van onlineplatforms;

c) hij voert zijn activiteiten uit met als doel meldingen zorgvuldig, nauwkeurig en objectief te doen.

3. Betrouwbare flaggers publiceren ten minste een keer per jaar een eenvoudig te begrijpen en uitvoerig rapport over de meldingen die gedurende de relevante periode overeenkomstig artikel 16 zijn gedaan. Het rapport vermeldt ten minste het aantal meldingen, ingedeeld naar:

a) de identiteit van de aanbieder van hostingdiensten;

b) het type vermeend illegale inhoud die werd gemeld;

c) de door de aanbieder ondernomen actie.

Die rapporten omvatten een toelichting op de procedures die zijn vastgesteld om ervoor te zorgen dat de betrouwbare flagger zijn onafhankelijkheid behoudt.

Betrouwbare flaggers zenden die rapporten naar de toekennende digitaledienstencoördinator en maken die openbaar. De informatie in die rapporten bevat geen persoonsgegevens.

4. Digitaledienstencoördinatoren delen aan de Commissie en de digitaledienstenraad de namen, adressen en e-mailadressen mee van de entiteiten waaraan zij de status van betrouwbare flagger overeenkomstig lid 2 hebben toegekend of waarvan zij de status overeenkomstig lid 6 hebben geschorst of overeenkomstig lid 7 hebben ingetrokken.

5. De Commissie publiceert de in lid 4 bedoelde informatie in een openbaar toegankelijke databank in een gemakkelijk toegankelijk en machineleesbaar formaat en werkt de databank bij.

6. Wanneer een aanbieder van onlineplatforms over informatie beschikt die erop wijst dat een betrouwbare flagger via de in artikel 16 bedoelde mechanismen een aanzienlijk aantal onvoldoende nauwkeurige, onjuiste of niet voldoende gemotiveerde meldingen heeft gedaan, waaronder informatie die is verzameld in verband met de verwerking van klachten via het in artikel 20, lid 4, bedoelde intern klachtenafhandelingssysteem, deelt het deze informatie mee aan de digitaledienstencoördinator die de status van betrouwbare flagger aan de betrokken entiteit heeft toegekend en verstrekt het hierbij de nodige verklaringen en bewijsstukken. Na ontvangst van de informatie van de aanbieder van onlineplatforms en indien de digitaledienstencoördinator van oordeel is dat er legitieme redenen zijn om een onderzoek in te stellen, wordt de status van betrouwbare flagger geschorst voor de duur van het onderzoek. Dat onderzoek wordt onverwijld uitgevoerd.

7. De digitaledienstencoördinator die de status van betrouwbare flagger heeft toegekend aan een entiteit trekt die status in als hij na een onderzoek op eigen initiatief dan wel op basis van van derden verkregen informatie, met inbegrip van de informatie die krachtens lid 6 door een aanbieder van onlineplatforms is verstrekt, bepaalt dat de entiteit niet langer voldoet aan de in lid 2 vermelde voorwaarden. Alvorens hij die status intrekt, biedt de digitaledienstencoördinator de entiteit de gelegenheid om te reageren op de bevindingen van zijn onderzoek en op zijn voornemen om de status van betrouwbare flagger van de entiteit in te trekken.

8. Na raadpleging van de digitaledienstenraad staat de Commissie zo nodig aanbieders van onlineplatforms en digitaledienstencoördinatoren bij bij de toepassing van de leden 2, 6 en 7.