Dutch Legislation

Article 106

in force

PROCEDURE

EU Trade Mark Regulation 2017/1001 · Chapter 9 · In force since None

Source

1. Proceedings before the Office shall be interrupted:

(a) in the event of the death or legal incapacity of the applicant for, or proprietor of, an EU trade mark or of the person authorised by national law to act on his behalf. To the extent that that death or incapacity does not affect the authorisation of a representative appointed under Article 120, proceedings shall be interrupted only on application by such representative;

(b) in the event of the applicant for, or proprietor of, an EU trade mark being prevented, for legal reasons resulting from action taken against his property, from continuing the proceedings before the Office;

(c) in the event of the death or legal incapacity of the representative of an applicant for, or proprietor of, an EU trade mark, or of that representative being prevented, for legal reasons resulting from action taken against his property, from continuing the proceedings before the Office.

2. Proceedings before the Office shall be resumed as soon as the identity of the person authorised to continue them has been established.

3. The Commission is empowered to adopt delegated acts in accordance with Article 208 specifying the detailed arrangements for the resumption of proceedings before the Office.

1. De procedure voor het Bureau wordt onderbroken:

a) bij overlijden of bij handelingsonbekwaamheid, hetzij van de aanvrager of de houder van een Uniemerk, hetzij van de persoon die volgens het nationale recht bevoegd is namens deze te handelen. Voor zover overlijden of handelingsonbekwaamheid de machtiging van de overeenkomstig artikel 120 aangewezen vertegenwoordiger onverlet laten, wordt de procedure slechts onderbroken indien die vertegenwoordiger daarom verzoekt;

b) indien de aanvrager of de houder van het Uniemerk ten gevolge van een tegen zijn vermogen gerichte procedure om juridische redenen de procedure voor het Bureau niet kan voortzetten;

c) indien de vertegenwoordiger van een aanvrager of van een houder van een Uniemerk overlijdt, handelingsonbekwaam wordt verklaard of ten gevolge van een tegen zijn vermogen gerichte procedure om juridische redenen de procedure voor het Bureau niet kan voortzetten.

2. De procedure voor het Bureau wordt hervat zodra is vastgesteld wie bevoegd is deze voort te zetten.

3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 208 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van de nadere regels voor de hervatting van de procedure voor het Bureau.