Dutch Legislation

Article 37

in force

STRUCTURE OF THE SCE

Regulation (EC) No 1435/2003 — European Cooperative Society (SCE) · Chapter 3 · In force since None

Source

1. The management organ shall be responsible for managing the SCE and shall represent it in dealings with third parties and in legal proceedings. A Member State may provide that a managing director is responsible for the current management under the same conditions as for cooperatives that have registered offices within that Member State's territory.

2. The member or members of the management organ shall be appointed and removed by the supervisory organ.

However, a Member State may require or permit the statutes to provide that the member or members of the management organ are appointed and removed by the general meeting under the same conditions as for cooperatives that have registered offices within its territory.

3. No person may at the same time be a member of the management organ and of the supervisory organ of an SCE. The supervisory organ may, however, nominate one of its members to exercise the function of member of the management organ in the event of a vacancy. During such period, the functions of the person concerned as member of the supervisory organ shall be suspended. A Member State may impose a time limit on such a period.

4. The number of members of the management organ or the rules for determining it shall be laid down in the SCE's statutes. However, a Member State may fix a minimum and/or maximum number.

5. Where no provision is made for a two-tier system in relation to cooperatives with registered offices within its territory, a Member State may adopt the appropriate measures in relation to SCEs.

1. Het leidinggevend orgaan is onder eigen verantwoordelijkheid belast met het bestuur van de SCE, verbindt haar jegens derden en vertegenwoordigt haar in rechte. Een lidstaat kan voorschrijven dat een lid van het bestuursorgaan onder eigen verantwoordelijkheid belast is met de dagelijkse leiding, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor coöperaties met statutaire zetel op het grondgebied van die lidstaat.

2. Het lid of de leden van het leidinggevend orgaan wordt of worden benoemd en ontslagen door het toezichthoudend orgaan.

Een lidstaat kan evenwel bepalen, of toestaan dat in de statuten wordt bepaald, dat het lid of de leden van het leidinggevend orgaan benoemd en ontslagen wordt of worden door de algemene vergadering, onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor coöperaties met statutaire zetel op het grondgebied van die lidstaat.

3. Niemand mag tegelijkertijd lid zijn van het leidinggevend en van het toezichthoudend orgaan van de SCE. Het toezichthoudend orgaan kan evenwel bij vacature één van zijn leden aanwijzen om de functie van lid van het leidinggevend orgaan uit te oefenen. Gedurende deze periode mag de betrokkene zijn functies als lid van het toezichthoudend orgaan niet uitoefenen. Een lidstaat kan bepalen dat deze periode in de tijd beperkt is.

4. Het aantal leden van het leidinggevend orgaan of de regels voor de bepaling van dat aantal worden in de statuten van de SCE vastgesteld. Niettemin kan een lidstaat een minimum- en/of een maximumaantal leden vaststellen.

5. Wanneer er in een lidstaat niet voorzien is in een dualistisch stelsel voor coöperaties met statutaire zetel op zijn grondgebied, kan die lidstaat passende maatregelen met betrekking tot SCE's vaststellen.