Dutch Legislation

Article 65

in force

GENERAL PROVISIONS

Regulation (EU) No 1215/2012 — Brussels I-bis · Chapter 5 · In force since None

Source

1. The jurisdiction specified in point 2 of Article 8 and Article 13 in actions on a warranty or guarantee or in any other third-party proceedings may be resorted to in the Member States included in the list established by the Commission pursuant to point (b) of Article 76(1) and Article 76(2) only in so far as permitted under national law. A person domiciled in another Member State may be invited to join the proceedings before the courts of those Member States pursuant to the rules on third-party notice referred to in that list.

2. Judgments given in a Member State by virtue of point 2 of Article 8 or Article 13 shall be recognised and enforced in accordance with Chapter III in any other Member State. Any effects which judgments given in the Member States included in the list referred to in paragraph 1 may have, in accordance with the law of those Member States, on third parties by application of paragraph 1 shall be recognised in all Member States.

3. The Member States included in the list referred to in paragraph 1 shall, within the framework of the European Judicial Network in civil and commercial matters established by Council Decision 2001/470/EC (16) (‘the European Judicial Network’) provide information on how to determine, in accordance with their national law, the effects of the judgments referred to in the second sentence of paragraph 2.

1. De rechterlijke bevoegdheid, bepaald in artikel 8, punt 2, en artikel 13 ten aanzien van de vordering tot vrijwaring of de vordering tot voeging of tussenkomst kan worden ingeroepen in de lidstaten die zijn opgenomen op de lijst die door de Commissie uit hoofde van artikel 76, lid 1, en artikel 76, lid 2, is opgesteld, doch slechts voor zover het nationale recht dit toestaat. Een persoon die woonplaats heeft in een andere lidstaat, kan worden verzocht deel te nemen aan de procedures voor gerechten van deze lidstaten overeenkomstig de in die lijst vermelde regels betreffende het in het geding roepen van een derde.

2. In een lidstaat krachtens artikel 8, punt 2, en artikel 13 gegeven beslissingen worden in overeenstemming met hoofdstuk III in alle andere lidstaten erkend en ten uitvoer gelegd. Wanneer beslissingen die gegeven worden in de lidstaten die opgenomen zijn op de in lid 1 bedoelde lijst, in overeenstemming met het recht van die lidstaten gevolgen teweegbrengen voor derden bij toepassing van lid 1, worden deze gevolgen in alle lidstaten erkend.

3. De lidstaten die zijn opgenomen in de lijst als bedoeld in lid 1, verschaffen, in het kader van het Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken, zoals opgericht bij Beschikking 2001/470/EG van de Raad (16) („het Europese justitiële netwerk”), informatie over de wijze waarop overeenkomstig hun nationale recht de gevolgen van de in de tweede volzin van lid 2 genoemde beslissingen worden vastgesteld.