Paragraph C9/2
in forceThe asylum policy with respect to Afghanistan · Country-specific policy
2.1 Decision moratorium
No particulars.
2.2 Article 1F Refugee Convention
The IND shall, as a rule, assume ‘personal and knowing participation’ within the meaning of paragraph C4/3.6.10 Vc with regard to the following categories of foreign nationals:
non-commissioned officers and officers of the KhaD and the WAD;
the following members of the Hezb-i-Wahdat:
all members of the Central Leadership Body, Shura-i-Markazi;
the members of the Military Committee of Shura-i-Markazi;
the members of the Political Committee of Shura-i-Markazi;
the heads of the Provincial Representations;
all commanders of a ferq’a; and
high-ranking officers of the Hezb-i-Wahdat armed forces; and
senior and superior officers of the following departments of the Afghan police in the period 1978–1996:
de Kumandani-ye Umumi-ye Defa-ye Inquelab;
the Riasat-e-Makhsous; and
de Operatifi-ye Mahabas.
2.3 Persecution within the meaning of the Refugee Convention
2.3.1 Group persecution within the meaning of paragraph C2/3.2.3 Vc
Group persecution is assumed for interpreters who have worked for international military or police missions in Afghanistan.
2.3.2 Risk profiles within the meaning of paragraph C2/2.4 Vc
The IND designates exclusively the following categories of foreign nationals as a risk profile for Afghanistan:
women;
human rights activists
journalists and persons employed in the media;
non-Muslims, including converts, apostates, Christians, Baha'is and Sikhs/Hindus;
LHBTIQ+.
2.3.2.1 Explanatory notes for women
In view of the combination of discriminatory serious measures currently in force with regard to Afghan women, the IND shall, in principle, grant a fixed-term asylum residence permit on the basis of Article 29, first paragraph, of the Aliens Act (Vw) to an Afghan woman. It is not required that she, upon return, be forced to adapt her lifestyle to these rules. However, an individual assessment remains applicable, as described in paragraph C3/2.3 of the Aliens Circular (Vc). If it appears on the basis of her individual asylum account that she does not require protection on the basis of the discriminatory measures of the Taliban, no asylum protection shall be granted.
2.4 Serious harm within the meaning of Article 29a, paragraph 1, of the Aliens Act (Vw) (Article 18 Qualification Directive)
2.4.1 Serious harm within the meaning of Article 29a, paragraph 1, of the Aliens Act (Vreemdelingenwet) and Article 15, introductory wording and points (a) and (b), of the Qualification Directive, as referred to in paragraph C3/3.3.2 of the Aliens Act Implementation Guidelines (Vreemdelingencirculaire)
2.4.1.1 Systematic exposure within the meaning of paragraph C3/3.3.2.1 Vc
No specific details.
2.4.1.2 Risk profiles within the meaning of paragraph C3/2.4 Vc
No specific details.
2.4.2 Serious harm within the meaning of Article 29a, paragraph 1, of the Aliens Act (Vreemdelingenwet) and Article 15, introductory sentence and point (c), of the Qualification Directive, as referred to in paragraph C3/3.3.3 of the Aliens Act Implementation Guidelines (Vreemdelingenvoorschrift).
The IND assumes for Afghanistan that there is a relatively lower level of indiscriminate violence in the provinces of Badakhshan, Kabul, Kandahar, Khost, Kunar, Nangahar, Paktia, Paktika and Takhar.
2.5 Protection
2.5.1 Protection by authorities and/or international organisations within the meaning of paragraph C3/3.4.1 Vc (Article 7 Qualification Regulation)
The IND assumes that it is not possible to obtain the protection of the authorities or international organisations.
2.5.2 Internal protection alternative within the meaning of paragraph C3/3.4.2 Vc (Article 8 Qualification Regulation)
The IND assumes that no internal protection alternative is available in Afghanistan for persons who have demonstrated a well-founded fear of persecution or face a real risk of serious harm by the Taliban.
For women and girls, there is no question of an internal protection alternative.
For foreign nationals who face a real risk of serious harm within the meaning of Article 15, opening words and subparagraph (c), of the Qualification Regulation, it may in principle be assumed that an internal protection alternative exists elsewhere in Afghanistan, provided that the generally applicable conditions are met.
For persons who have demonstrated that they have a well-founded fear of persecution or face a real risk of serious harm from other parties, such as ISKP, NRF, AFF, or related to, for example, blood and honour revenge, an internal protection alternative may be applicable in individual cases.
2.6 Adequate reception of unaccompanied minor foreign nationals
The IND assesses on the basis of paragraph B8/6 Vc whether adequate reception for unaccompanied minor aliens (amv’s) is available.
For Afghanistan, it applies in any event that:
general reception facilities are not available and/or adequate; and
the authorities do not provide for the reception.
Notwithstanding the aforementioned starting point, it may be established in a given case – after investigation – that adequate reception is available and can be realised.
2.7 Departure moratorium
No specific details.
2.1 Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
2.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C4/3.6.10 Vc aan:
onderofficieren en officieren van de KhaD en de WAD;
de volgende leden van de Hezb-i-Wahdat:
alle leden van het Centrale Leiderschapsorgaan, Shura-i-Markazi;
de leden van het Militair Comité van Shura-i-Markazi;
de leden van het Politiek Comité van Shura-i-Markazi;
de hoofden van de Provinciale Vertegenwoordigingen;
alle commandanten van een ferq’a; en
hoge officieren van de strijdkrachten van Hezb-i-Wahdat.; en
hoofd- en opperofficieren van de volgende afdelingen van de Afghaanse politie in de periode 1978–1996:
de Kumandani-ye Umumi-ye Defa-ye Inquelab;
de Riasat-e-Makhsous; en
de Operatifi-ye Mahabas.
2.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
2.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc
Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire- of politiemissies in Afghanistan.
2.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc
De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:
vrouwen;
mensenrechtenactivisten;
journalisten en personen werkzaam in de media;
niet-moslims, waaronder bekeerlingen, afvalligen, christenen, bahai en sikhs/hindoes;
LHBTIQ+.
2.3.2.1 Toelichting vrouwen
Gelet op het samenstel van discriminerende ernstige maatregelen die ten aanzien van Afghaanse vrouwen thans gelden, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, Vw aan een Afghaanse vrouw. Er wordt niet verlangd dat zij bij terugkeer haar levensstijl noodgedwongen aanpast aan deze regels. Er blijft echter een individuele toetsing plaatsvinden, zoals beschreven in paragraaf C3/2.3 Vc. Als op grond van haar individuele asielrelaas is gebleken dat zij geen bescherming op grond van de discriminerende maatregelen van de Taliban nodig heeft, wordt geen asielbescherming verleend.
2.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
2.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
2.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
2.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
2.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Afghanistan aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de provincies Badakhshan, Kabul, Kandahar, Khost, Kunar, Nangahar, Paktia, Paktika en Takhar.
2.5 Bescherming
2.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
2.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
De IND neemt aan dat in Afghanistan geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door de Taliban.
Voor vrouwen en meisjes geldt dat van een binnenlands beschermingsalternatief geen sprake is.
Voor vreemdelingen die een reëel risico lopen op ernstige schade in de zin van artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening kan in beginsel worden aangenomen dat er een beschermingsalternatief elders in Afghanistan is, voor zover wordt voldaan aan de algemeen geldende voorwaarden.
Voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door andere partijen, zoals ISKP, NRF, AFF of is gerelateerd aan bijvoorbeeld bloed en eerwraak, kan in individuele gevallen wel sprake zijn van een binnenlands beschermingsalternatief.
2.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:
algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn; en
de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
2.7 Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.