Article 35
in forceExtradition procedure · Decision on the petition for extradition
If two or more states have requested the extradition of the same person, Our Minister shall, when deciding on their requests—insofar as these are admissible and eligible for granting—take into account the interest of the proper administration of justice and, furthermore, in particular:
the greater or lesser gravity of the various offences for which extradition is requested;
the place or places where the facts were committed;
the times at which the petitions for extradition were made;
the nationality of the person claimed;
the possibility that the requested person, after having been surrendered to the territory of one of the requesting states, is subsequently placed at the disposal of the authorities of another requesting state by the authorities of that state.
If an issuing judicial authority of a Member State of the European Union has issued a European arrest warrant as referred to in Article 1, under b, of the Surrender Act for the same facts as those underlying the extradition request and the court (de rechtbank) Amsterdam has granted the surrender, Our Minister shall refuse the extradition in order to give priority to the surrender.
In all other cases in which an issuing judicial authority of a Member State of the European Union has issued a European arrest warrant as referred to in Article 1, under b, of the Surrender Act and another state has requested the extradition, the first paragraph shall apply mutatis mutandis.
Indien twee of meer staten de uitlevering van dezelfde persoon hebben gevraagd, houdt Onze Minister bij de beslissing op hun verzoeken - voor zover deze ontvankelijk en voor inwilliging vatbaar zijn - rekening met het belang van een goede rechtsbedeling en voorts in het bijzonder met:
de meerdere of mindere ernst van de verschillende feiten waarvoor de uitlevering is gevraagd;
de plaats of plaatsen waar de feiten zijn begaan;
de tijdstippen waarop de verzoeken tot uitlevering zijn gedaan;
de nationaliteit van de opgeëiste persoon;
de mogelijkheid dat de opgeëiste persoon, nadat hij naar het grondgebied van een van de verzoekende staten is verwijderd, vervolgens door de autoriteiten van die staat ter beschikking wordt gesteld van de autoriteiten van een andere verzoekende staat.
Indien een uitvaardigende justitiële autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie een Europees aanhoudingsbevel als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Overleveringswet heeft uitgevaardigd voor dezelfde feiten als die welke aan het uitleveringsverzoek ten grondslag liggen en de rechtbank Amsterdam de overlevering heeft toegestaan, weigert Onze Minister de uitlevering teneinde voorrang te geven aan de overlevering.
In alle overige gevallen waarin een uitvaardigende justitiële autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie een Europees aanhoudingsbevel als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Overleveringswet heeft uitgevaardigd en een andere staat de uitlevering heeft gevraagd is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.