Article 35
in forceBepalingen ter uitvoering van de verordening
If the decision on a petition as referred to in Article 34 has been taken by a party other than an administrative body, the interested party may apply to the court with a written petition to order the controller to grant or refuse the petition as referred to in Articles 15 through 22 of the Regulation.
The petition shall be submitted within six weeks after receipt of the response from the controller. If the controller has not responded within the time limits referred to in Article 12(3) of the Regulation, the submission of the petition shall not be subject to a time limit.
The court shall grant the petition, insofar as it deems it well-founded. Before the court decides, it shall, if necessary, provide the interested parties with the opportunity to present their views.
The filing of the petition does not need to be effected by a lawyer.
The third section of the fifth title of the Second Book of the Code of Civil Procedure shall apply mutatis mutandis.
The court may request parties and others to provide written information and to submit documents in their possession within a period to be determined by the court. The controller and the interested party are obliged to comply with this request. Articles 8:45, paragraphs two and three, and 8:29 of the General Administrative Law Act apply mutatis mutandis.
Indien de beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 34 is genomen door een ander dan een bestuursorgaan, kan de belanghebbende zich tot de rechtbank wenden met het schriftelijk verzoek de verwerkingsverantwoordelijke te bevelen het verzoek als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 van de verordening alsnog toe of af te wijzen.
Het verzoekschrift wordt ingediend binnen zes weken na ontvangst van het antwoord van de verwerkingsverantwoordelijke. Indien de verwerkingsverantwoordelijke niet binnen de in artikel 12, derde lid, van de verordening genoemde termijnen heeft geantwoord, is de indiening van het verzoekschrift niet aan een termijn gebonden.
De rechtbank wijst het verzoek toe, voor zover zij dit gegrond oordeelt. Alvorens de rechtbank beslist, stelt zij zo nodig de belanghebbenden in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen.
De indiening van het verzoekschrift behoeft niet door een advocaat te geschieden.
De derde afdeling van de vijfde titel van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.
De rechtbank kan partijen en anderen verzoeken binnen een door haar te bepalen termijn schriftelijke inlichtingen te geven en onder hen berustende stukken in te zenden. De verwerkingsverantwoordelijke en belanghebbende zijn verplicht aan dit verzoek te voldoen. De artikelen 8:45, tweede en derde lid, en 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.