Article 33
in forceProvisions for the implementation of the Regulation
Personal data of a criminal nature may be processed if:
The processing is carried out by bodies that are charged by law with the application of criminal law, or by controllers who have obtained them pursuant to the Police Data Act (Wet politiegegevens) or the Judicial and Criminal Records Act (Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens);
the processing is carried out by and for the benefit of public law collaborative entities of controllers or groups of controllers, if:
the processing is necessary for the performance of the task of these controllers or groups of controllers; and
the implementation provides for such safeguards that the personal life of the data subject is not disproportionately infringed; or
the processing is necessary in addition to the processing of data concerning health, as referred to in Article 30, paragraph 3, preamble and part a, for the purpose of proper treatment or care of the data subject.
Personal data of a criminal nature may be processed by the controller who processes these data for their own purposes:
for the assessment of a petition by the person concerned to take a decision regarding him or to render a performance to him; or
for the protection of his interests, insofar as it concerns criminal offences that have been committed or, on the basis of facts and circumstances, are expected to be committed against him or against persons who are in his service.
Personal data of a criminal nature concerning personnel in the service of the controller may only be processed if this is done in accordance with rules established in compliance with the procedure referred to in the Works Councils Act (Wet op de ondernemingsraden).
Personal data of a criminal nature may be processed for the benefit of third parties:
by controllers acting under a licence pursuant to the Private Security Organisations and Detective Agencies Act (Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus);
if this third party is a legal entity that is affiliated within the same group as referred to in Article 24b of Book 2 of the Civil Code; or
if the Dutch Data Protection Authority (Autoriteit persoonsgegevens), with due observance of the fifth paragraph, has granted a permit for the processing.
A permit as referred to in the fourth paragraph, point (c), may only be granted if the processing is necessary for the purposes of a compelling interest of third parties and if the implementation provides for such safeguards that the personal privacy of the data subject is not disproportionately harmed. Conditions may be attached to the permit.
Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen worden verwerkt, indien:
de verwerking geschiedt door organen die krachtens de wet zijn belast met de toepassing van het strafrecht, dan wel door verwerkingsverantwoordelijken die deze hebben verkregen krachtens de Wet politiegegevens of de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
de verwerking geschiedt door en ten behoeve van publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van verwerkingsverantwoordelijken of groepen van verwerkingsverantwoordelijken, indien:
de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van de taak van deze verwerkingsverantwoordelijken of groepen van verwerkingsverantwoordelijken; en
bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad; of
de verwerking noodzakelijk is in aanvulling op de verwerking van gegevens over gezondheid, bedoeld in artikel 30, derde lid, aanhef en onderdeel a, met het oog op een goede behandeling of verzorging van de betrokkene.
Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen worden verwerkt door de verwerkingsverantwoordelijke die deze gegevens ten eigen behoeve verwerkt:
ter beoordeling van een verzoek van betrokkene om een beslissing over hem te nemen of aan hem een prestatie te leveren; of
ter bescherming van zijn belangen, voor zover het gaat om strafbare feiten die zijn of op grond van feiten en omstandigheden naar verwachting zullen worden gepleegd jegens hem of jegens personen die in zijn dienst zijn.
Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard over personeel in dienst van de verwerkingsverantwoordelijke mogen uitsluitend worden verwerkt, indien dit geschiedt overeenkomstig regels die zijn vastgesteld in overeenstemming met de procedure bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden.
Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard mogen ten behoeve van derden worden verwerkt:
door verwerkingsverantwoordelijken die optreden krachtens een vergunning op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;
indien deze derde een rechtspersoon is die in dezelfde groep is verbonden als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; of
indien de Autoriteit persoonsgegevens met inachtneming van het vijfde lid een vergunning voor de verwerking heeft verleend.
Een vergunning als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, kan slechts worden verleend, indien de verwerking noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend belang van derden en bij de uitvoering is voorzien in zodanige waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet onevenredig wordt geschaad. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.