Article 7.6a
in forceEindgebruikersbelangen
A provider of an internet access service to an end-user may only terminate or suspend the provision of this service, in whole or in part:
upon the petition of the subscriber;
in the event of a failure in the performance of the payment obligation by the subscriber or bankruptcy of the subscriber;
in the event of fraud within the meaning of Article 3:44 of the Civil Code by the subscriber;
when the term of the fixed-term agreement for the provision of the internet access service expires and the agreement is not extended or renewed with the consent of the subscriber;
in execution of a statutory provision or a court order;
in the event of force majeure and unforeseen circumstances within the meaning of Article 6:258 of the Civil Code,
insofar as this is necessary for the protection of the integrity and security of the network and the service of the provider concerned, or the terminal equipment of the end-user, or
insofar as this is necessary as a result of the conduct of the subscriber for the protection of the safety of a natural person who, whether or not on the basis of an employment contract, performs work for the provider of the internet access service.
In addition to the first paragraph, a provider of an internet access service may suspend the provision of this service for a maximum of one month to prevent an unusually high bill, provided that the internet access provider has informed the subscriber in advance of its intention to suspend the provision of the internet access service and the subscriber has not objected thereto within a reasonable period set by the provider.
The provider shall not proceed to a measure as referred to in the first paragraph, preamble and point (c), until it has informed the subscriber in writing of the intention to proceed to this measure, accompanied by a written statement of reasons regarding the alleged fraud, and has offered the subscriber a reasonable period to respond to the intention and the alleged fraud.
Prior to taking a measure as referred to in the first paragraph, point (g), the provider shall notify the subscriber concerned and shall thereby provide the subscriber with the opportunity to remove the threat to the integrity and security of the network, service, or terminal equipment referred to in this point. Where this is not possible prior to taking the measure due to the required urgency, the provider shall notify the measure as soon as possible.
Een aanbieder van een internettoegangsdienst aan een eindgebruiker kan de levering van deze dienst slechts geheel of gedeeltelijk beëindigen of opschorten:
op verzoek van de abonnee;
bij een tekortkoming in de nakoming van de betalingsverplichting door de abonnee of faillissement van de abonnee;
bij bedrog in de zin van artikel 3:44 van het Burgerlijk Wetboek door de abonnee;
wanneer de looptijd van de overeenkomst van bepaalde duur tot levering van de internettoegangsdienst afloopt en de overeenkomst met instemming van de abonnee niet wordt verlengd of vernieuwd;
ter uitvoering van een wettelijk voorschrift of rechterlijk bevel;
bij overmacht en onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:258 van het Burgerlijk Wetboek,
voor zover dit noodzakelijk is ter bescherming van de integriteit en de veiligheid van het netwerk en de dienst van de betrokken aanbieder, of het randapparaat van de eindgebruiker, of
voor zover dit ten gevolge van het gedrag van de abonnee noodzakelijk is ter bescherming van de veiligheid van een natuurlijk persoon die, al dan niet op grond van een arbeidsovereenkomst, arbeid verricht voor de aanbieder van de internettoegangsdienst.
In aanvulling op het eerste lid kan een aanbieder van een internettoegangsdienst de levering van deze dienst met ten hoogste een maand opschorten ter voorkoming van een ongebruikelijk hoge rekening, op voorwaarde dat de internettoegangsaanbieder de abonnee vooraf op de hoogte heeft gesteld van zijn voornemen de levering van de internettoegangsdienst op te schorten en de abonnee daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt binnen een door de aanbieder gestelde redelijke termijn.
De aanbieder gaat niet over tot een maatregel als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, dan nadat hij de abonnee schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van het voornemen om tot deze maatregel over te gaan, voorzien van een schriftelijke motivering omtrent het gestelde bedrog, en hij de abonnee een redelijke termijn heeft geboden om op het voornemen en het gestelde bedrog te reageren.
Voorafgaand aan het nemen van een maatregel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, doet de aanbieder melding aan de betrokken abonnee, en geeft de abonnee daarbij de gelegenheid de in dit onderdeel bedoelde bedreiging van de integriteit en veiligheid van netwerk, dienst of randapparaat weg te nemen. Wanneer dit wegens de vereiste spoed niet voorafgaand aan het nemen van de maatregel mogelijk is, doet de aanbieder zo snel mogelijk melding van de maatregel.