Article 14a.8
in forceUnwanted control in telecommunications parties
An involved party shall comply with the suspension referred to in Article 14a.7, paragraph 1. In the case of a listed involved party, paragraphs 2 up to and including 5 shall apply.
An affiliated institution, central institute, intermediary, foreign institution, custodian of an investment institution or foreign institution with a function comparable to that of the central institute shall cooperate with a listed involved party in giving effect to the suspension referred to in Article 14a.7, paragraph 1.
If the cooperation is not provided, a listed involved party shall report this to Our Minister.
Our Minister may determine who was the last to provide cooperation, and who is the non-cooperating person who is a participant in the deposit of the person who was the last in the chain to provide cooperation.
If the fourth paragraph has been applied, the suspension referred to in Article 14a.7, first paragraph, relates to the entire shareholding for which the non-cooperating person is a participant in the securities account of the person who was the last in the chain to have provided cooperation.
Rules may be established by or pursuant to an Order in Council regarding the manner in which effect is given to the suspension referred to in Article 14a.7, paragraph 1.
Een betrokken partij geeft gevolg aan de schorsing, bedoeld in artikel 14a.7, eerste lid. Bij een beursgenoteerde betrokken partij zijn het tweede tot en met vijfde lid van toepassing.
Een aangesloten instelling, centraal instituut, intermediair, instelling in het buitenland, bewaarder van een beleggingsinstelling of buitenlandse instelling met een functie vergelijkbaar met die van het centraal instituut verleent medewerking aan een beursgenoteerde betrokken partij bij het gevolg geven aan de schorsing, bedoeld in artikel 14a.7, eerste lid.
Indien de medewerking niet wordt verleend, meldt een beursgenoteerde betrokken partij dit aan Onze Minister.
Onze Minister kan vaststellen wie als laatste de medewerking heeft verleend, en wie de niet-meewerkende persoon is die deelgenoot is in het depot van degene die als laatste in de keten medewerking heeft verleend.
Indien het vierde lid is toegepast, heeft de schorsing, bedoeld in artikel 14a.7, eerste lid, betrekking op het gehele aandelenbelang waarvoor de niet-meewerkende persoon deelgenoot is in het depot van degene die als laatste in de keten medewerking heeft verleend.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop aan de schorsing, bedoeld in artikel 14a.7, eerste lid, gevolg wordt gegeven.