Dutch Legislation

Article 7

in force

Grondslagen voor de objectieve en subjectieve belastingplicht

Inheritance and Gift Tax Act 1956 · Chapter I · In force since 2014-01-01

Source
1.

The value of that which the acquirer has sacrificed for his acquisition or of that which was stipulated by the testator to the charge of the acquirer, shall be deducted from the value which is taken into account for inheritance tax pursuant to Articles 8, 10, 11 and 13, paragraph 2, but not further than to nil.

2.

The transfer tax, insofar as it has not led to the application of Article 13 of the Legal Transactions Tax Act, and the gift tax, paid in respect of the taken-into-account value referred to in the first paragraph, shall be deducted from the tax due as a result of the articles referred to in the first paragraph.

3.

The amounts which, pursuant to the first and second paragraphs, serve to reduce the value, shall be increased by simple interest at the rate referred to in Article 21, fourteenth paragraph, from the day of payment of those amounts up to and including the day of the death as a result of which the acquisition is deemed to take place pursuant to Articles 8, 10, 11 and 13, second paragraph.

1.

De waarde van hetgeen de verkrijger voor zijn verkrijging heeft opgeofferd of van hetgeen door de erflater ten laste van de verkrijger werd bedongen, strekt in mindering van de waarde welke op grond van de artikelen 8, 10, 11 en 13, tweede lid, in aanmerking wordt genomen voor de erfbelasting, maar niet verder dan tot nihil.

2.

De overdrachtsbelasting, voor zover deze niet heeft geleid tot toepassing van artikel 13 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, en de schenkbelasting, betaald ter zake van de in aanmerking genomen waarde, bedoeld in het eerste lid, strekken in mindering van de belasting die verschuldigd is ten gevolge van de in het eerste lid bedoelde artikelen.

3.

De bedragen die ten gevolge van het eerste en tweede lid in mindering strekken, worden vermeerderd met een enkelvoudige rente naar het in artikel 21, veertiende lid, bedoelde percentage van de dag van betaling van die bedragen tot en met de dag van het overlijden ten gevolge waarvan de verkrijging op grond van de artikelen 8, 10, 11 en 13, tweede lid, geacht wordt plaats te vinden.