Dutch Legislation

Article 12

in force

Grondslagen voor de objectieve en subjectieve belastingplicht

Inheritance and Gift Tax Act 1956 · Chapter I · In force since 2026-01-01

Source
1.

For the purposes of this Act, everything that has been gifted within 180 days preceding the death by a testator who, at the time of that death, resided in the Netherlands, shall be deemed to have been acquired by succession by reason of death. Everything that is acquired by virtue of a gift that was effected after the death of the donor shall, for the purposes of this Act, be deemed to have been acquired by succession by reason of death.

2.

Article 7, paragraph 2, shall apply mutatis mutandis.

3.

The provisions of the first paragraph, first sentence, do not apply to gifts:

1°.

as referred to in Article 33, points 1°, 2°, 3°, 8°, 9°, 11° and 12° and, insofar as it concerns a gift to which the increased exemption applies, 5°;

2°.

of which the gift tax has been remitted pursuant to Article 67.

1.

Al wat binnen 180 dagen aan het overlijden voorafgegaan is geschonken door een erflater, die ten tijde van dat overlijden in Nederland woonde, wordt voor de toepassing van deze wet geacht krachtens erfrecht door het overlijden te zijn verkregen. Al wat wordt verkregen krachtens een schenking die tot stand is gekomen na het overlijden van de schenker, wordt voor de toepassing van deze wet geacht krachtens erfrecht door het overlijden te zijn verkregen.

2.

Artikel 7, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

Het in het eerste lid, eerste zin, bepaalde is niet toepasselijk op schenkingen:

1°.

als bedoeld in artikel 33, onderdelen 1°, 2°, 3°, 8°, 9°, 11° en 12° en, voor zover het een schenking betreft waarvoor de verhoogde vrijstelling geldt, 5°;

2°.

waarvan de schenkbelasting is kwijtgescholden op grond van artikel 67.