Article 5a
in forceAcquisition of Dutch nationality by operation of law
A Dutch national shall also be the child who is adopted abroad by a decision of a locally competent authority in accordance with the Convention on Protection of Children and Co-operation in Respect of Intercountry Adoption, concluded at The Hague on 29 May 1993, if and at the time when the following conditions are met:
the adoption has been effected in accordance with the aforementioned convention, and
adoption has the consequence that the previously existing family law relationships are severed, and
at least one of the adoptive parents is a Dutch national on the day the judgment has become final (kracht van gewijsde), and
the child was a minor on the day of the judgment in first instance.
Furthermore, a child shall become a Dutch national who has been adopted abroad in accordance with the Convention on Protection of Children and Co-operation in Respect of Intercountry Adoption, concluded at The Hague on 29 May 1993, by an adoption which does not have the effect of severing the pre-existing legal family ties, which adoption is converted in the Netherlands, Aruba, Curaçao or Sint Maarten by judicial decision in accordance with Article 27 of the aforementioned Convention into an adoption under the law of the Netherlands, Aruba, Curaçao or Sint Maarten, if and at the time when the following conditions are met:
the adoption has been effected in accordance with the aforementioned convention; and
at least one of the adoptive parents is a Dutchman on the day after three months, calculated from the day of the judgment containing the conversion in first instance or on appeal, have expired without an appeal or an appeal in cassation having been lodged against it, or, if an appeal in cassation has been lodged, on the day of the judgment in cassation, and
the child was a minor on the day of the judgment of first instance ordering the conversion.
Nederlander wordt ook het kind dat in het buitenland bij uitspraak van een ter plaatse bevoegde autoriteit wordt geadopteerd in overeenstemming met het op 29 mei 1993 te 's-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie, indien en op het tijdstip waarop aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de adoptie is in overeenstemming met het voornoemde verdrag tot stand gekomen, en
die adoptie heeft tot gevolg dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, en
ten minste één der adoptiefouders is Nederlander op de dag dat de uitspraak kracht van gewijsde heeft gekregen, en
het kind was op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig.
Nederlander wordt voorts het kind dat in het buitenland in overeenstemming met het op 29 mei 1993 te 's-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie is geadopteerd bij een adoptie die niet tot gevolg heeft dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, welke adoptie in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten bij rechterlijke uitspraak in overeenstemming met artikel 27 van voornoemd verdrag wordt omgezet in een adoptie naar het recht van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten, indien en op het tijdstip waarop aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de adoptie is in overeenstemming met het voornoemde verdrag tot stand gekomen; en
ten minste één der adoptiefouders is Nederlander op de dag nadat drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak houdende omzetting in eerste aanleg of in hoger beroep, zijn verstreken zonder dat daartegen hoger beroep of beroep in cassatie is ingesteld, dan wel, indien beroep in cassatie is ingesteld, op de dag van de uitspraak in cassatie, en
het kind was op de dag van de uitspraak houdende omzetting in eerste aanleg minderjarig.