Article 5
in forceTraffic rules · § Location on the road
Cyclists shall use the mandatory cycle path or the cycle/moped path.
They shall use the carriageway if a mandatory cycle path or a cycle/moped path is absent.
They may use the non-mandatory cycle path. Drivers of light-mopeds (snorfietsen) equipped with a combustion engine may only use the non-mandatory cycle path with the engine switched off.
Drivers of bicycles with more than two wheels that, including the load, are wider than 0.75 metres, and of bicycles with a trailer that, including the load, are wider than 0.75 metres, may use the carriageway.
Drivers of *snorfietsen* (low-speed mopeds) as referred to in Article 1, paragraph 1, part e, subpart d, of the Act, who are 16 years of age or older, may use the sidewalk and the footpath if they possess a disabled parking card or a card designated by ministerial regulation for the purpose of transporting disabled persons.
Drivers under the age of 16 of light-mopeds (snorfietsen) as referred to in Article 1, paragraph 1, part e, subpart d, of the Act shall use the sidewalk or the footpath if they possess a disabled parking card or a card designated by ministerial regulation for the purpose of transporting disabled persons.
Paragraph 1, paragraph 2 and paragraph 4 do not apply to drivers as referred to in paragraph 6.
Drivers of light-mopeds (snorfietsen) shall use the carriageway if this has been determined by a traffic decision as referred to in Article 15, paragraph 1, of the Act, and if a supplementary plate at the traffic sign indicating a mandatory cycle path specifies this.
The eighth paragraph does not apply to light-mopeds (snorfietsen) as referred to in Article 1, first paragraph, point (e), under (d), of the Act, nor to drivers of light-mopeds who are drivers as referred to in the fifth and sixth paragraphs of this Article.
Fietsers gebruiken het verplichte fietspad of het fiets/bromfietspad.
Zij gebruiken de rijbaan indien een verplicht fietspad of een fiets/bromfietspad ontbreekt.
Zij mogen het onverplichte fietspad gebruiken. Bestuurders van snorfietsen uitgerust met een verbrandingsmotor mogen het onverplichte fietspad slechts gebruiken met uitgeschakelde motor.
Bestuurders van fietsen op meer dan twee wielen die met inbegrip van de lading breder zijn dan 0,75 meter en van fietsen met aanhangwagen die met inbegrip van de lading breder zijn dan 0,75 meter mogen de rijbaan gebruiken.
Bestuurders vanaf 16 jaar van snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet mogen het trottoir en het voetpad gebruiken indien zij beschikken over een gehandicaptenparkeerkaart of een bij ministeriële regeling aangewezen kaart ten behoeve van het vervoer van gehandicapten.
Bestuurders jonger dan 16 jaar van snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet gebruiken het trottoir of het voetpad indien zij beschikken over een gehandicaptenparkeerkaart of een bij ministeriële regeling aangewezen kaart ten behoeve van het vervoer van gehandicapten.
Het eerste lid, het tweede lid en het vierde lid gelden niet voor bestuurders als bedoeld in het zesde lid.
Bestuurders van snorfietsen gebruiken de rijbaan indien dit bij verkeersbesluit, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet, is bepaald en bij het verkeersteken dat het verplichte fietspad aangeeft een onderbord dit aanduidt.
Het achtste lid is niet van toepassing op snorfietsen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder d, van de wet en op bestuurders van snorfietsen zijnde bestuurders als bedoeld in het vijfde en zesde lid van dit artikel.