Dutch Legislation

Article 29

in force

Traffic rules · § Signals and identification marks

Traffic Rules and Signs Regulation (RVV 1990) · Chapter II · § 12 · In force since 2010-07-01

Source
1.

Drivers of motor vehicles in use by the police and fire services, motor vehicles in use by emergency medical assistance services, and motor vehicles of other emergency services designated by Our Minister shall use a blue rotating, flashing or blinking light and a two-tone horn to indicate that they are performing an urgent task.

2.

The drivers referred to in the first paragraph may, in addition to the daytime lighting referred to in that paragraph, use flashing headlights.

3.

Ministerial regulations may establish requirements regarding the blue rotating, flashing or blinking light, the two-tone horn and the flashing headlights.

1.

Bestuurders van motorvoertuigen in gebruik bij politie en brandweer, motorvoertuigen in gebruik bij diensten voor spoedeisende medische hulpverlening, en motorvoertuigen van andere door Onze Minister aangewezen hulpverleningsdiensten voeren blauw zwaai-, flits- of knipperlicht en een tweetonige hoorn om kenbaar te maken dat zij een dringende taak vervullen.

2.

De in het eerste lid genoemde bestuurders mogen aanvullend op de in dat lid bedoelde verlichting overdag knipperende koplampen voeren.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden vastgesteld betreffende het blauwe zwaai-, flits- of knipperlicht, de tweetonige hoorn en de knipperende koplampen.