Dutch Legislation

Article 26

in force

Traffic rules · § Parking

Traffic Rules and Signs Regulation (RVV 1990) · Chapter II · § 10 · In force since 2023-01-01

Source
1.

Parking in a disabled parking space is permitted only:

a.

a vehicle for disabled persons, provided that the parking is directly related to the transport of a disabled person;

b.

a motor vehicle with more than two wheels in which a valid disabled parking card is displayed in a clearly visible manner, provided that the parking is directly related to the transport of the disabled person to whom the card has been issued, or to the transport of one or more persons residing in an institution, if the card has been issued to the management of that institution; or

c.

if the disabled parking space is reserved for a specific vehicle, that vehicle.

2.

If a maximum parking duration is indicated on a supplementary sign, Article 25, paragraphs two up to and including five, shall apply mutatis mutandis, with the proviso that the parking space need not be marked with a blue line.

1.

Op een gehandicaptenparkeerplaats mag slechts worden geparkeerd:

a.

een gehandicaptenvoertuig, indien het parkeren rechtstreeks verband houdt met het vervoer van een gehandicapte;

b.

een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is aangebracht, indien het parkeren rechtstreeks verband houdt met het vervoer van de gehandicapte aan wie de kaart is verstrekt, dan wel met het vervoer van een of meerdere personen die in een instelling verblijven, indien de kaart aan het bestuur van die instelling is verstrekt; of

c.

indien de gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd voor een bepaald voertuig, dat voertuig.

2.

Indien op een onderbord een maximale parkeerduur is vermeld, is artikel 25, tweede tot en met vijfde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de parkeerplaats niet hoeft te zijn voorzien van een blauwe streep.