Dutch Legislation

Article 815

in force

Legal proceedings in matters concerning the law of persons and family law · Administration of justice in separation cases

Code of Civil Procedure (Rv) — Book 3 · Title 6 · Section 2 · In force since 2014-04-01

Source
1.

Without prejudice to the provisions of Article 278, paragraph 1, the petition shall state:

a.

the name, the forenames and, in so far as they are known, the domicile and the actual place of residence of the spouse who is not the petitioner;

b.

insofar as is known, the name of his counsel;

c.

the surname and the given names and, insofar as known, the domicile and the actual place of residence of each minor child of the spouses jointly or of one of them.

2.

The petition contains a parenting plan signed by both spouses with regard to:

a.

their joint minor children over whom the spouses exercise authority, whether jointly or otherwise;

b.

the minor children over whom the spouses exercise joint authority pursuant to Article 253sa or 253t.

3.

The parenting plan shall, in any event, include agreements regarding:

a.

the manner in which the spouses divide the care and upbringing tasks, as referred to in Article 247 of Book 1 of the Civil Code, or give effect to the right and the obligation to contact, as referred to in Article 377a, paragraph 1, of Book 1 of the Civil Code;

b.

the manner in which the spouses provide information to and consult with each other regarding weighty matters concerning the person and the property of the minor children;

c.

the costs of the care and upbringing of the minor children.

4.

The petition shall state which of the requested ancillary reliefs agreement has been reached upon and which of the requested ancillary reliefs a difference of opinion exists, including the grounds therefor. The petition shall also state the manner in which the children were involved in the drafting of the parenting plan.

5.

Upon the filing of the petition, the following must be submitted:

a.

a copy or extract of the marriage certificate;

b.

documents concerning the grounds on which the court has jurisdiction pursuant to Article 4;

c.

a copy of or an extract from the birth certificate of each minor child of the spouses jointly or of one of them;

d.

the procedural documents relating to the provisional measures, as referred to in Articles 822 and 823, if these have been requested;

e.

if it concerns a petition for the dissolution of marriage after legal separation (scheiding van tafel en bed): an authentic copy of the judicial decision by which the legal separation was pronounced.

6.

If the parenting plan referred to in the second paragraph, or the documents referred to in the fifth paragraph, subparagraphs a to c inclusive, cannot reasonably be submitted, the submission of other documents may suffice or provision may be made therein in another manner, all of this at the discretion of the court.

7.

If provisions must be made for the benefit of minor children, the clerk of the court shall without delay send a copy of the petition to the Child Care and Protection Board (Raad voor de Kinderbescherming).

1.

Onverminderd het in artikel 278, eerste lid, bepaalde vermeldt het verzoekschrift:

a.

de naam, de voornamen en voorzover bekend de woonplaats en de werkelijke verblijfplaats van de echtgenoot die niet de verzoeker is;

b.

voorzover bekend de naam van diens raadsman;

c.

de naam en de voornamen en voorzover bekend de woonplaats en de werkelijke verblijfplaats van ieder minderjarig kind van de echtgenoten te zamen of van een van hen.

2.

Het verzoekschrift bevat een door beide echtgenoten ondertekend ouderschapsplan ten aanzien van:

a.

hun gezamenlijke minderjarige kinderen over wie de echtgenoten al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen;

b.

de minderjarige kinderen over wie de echtgenoten ingevolge artikel 253sa of 253t het gezag gezamenlijk uitoefenen.

3.

In het ouderschapsplan worden in ieder geval afspraken opgenomen over:

a.

de wijze waarop de echtgenoten de zorg- en opvoedingstaken, bedoeld in artikel 247 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, verdelen of het recht en de verplichting tot omgang, bedoeld in artikel 377a, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek vormgeven;

b.

de wijze waarop de echtgenoten elkaar informatie verschaffen en raadplegen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de minderjarige kinderen;

c.

de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen.

4.

Het verzoekschrift vermeldt over welke van de gevraagde voorzieningen overeenstemming is bereikt en over welke van de gevraagde voorzieningen een verschil van mening bestaat met de gronden daarvoor. Tevens vermeldt het verzoekschrift op welke wijze de kinderen zijn betrokken bij het opstellen van het ouderschapsplan.

5.

Bij de indiening van het verzoekschrift moeten worden overgelegd:

a.

een afschrift of uittreksel van de huwelijksakte;

b.

bescheiden betreffende de gronden waarop de rechter ingevolge artikel 4 rechtsmacht heeft;

c.

een afschrift of uittreksel van de akte van geboorte van ieder minderjarig kind van de echtgenoten te zamen of van een van hen;

d.

de processtukken die betrekking hebben op de voorlopige voorzieningen, bedoeld in de artikelen 822 en 823, indien deze zijn gevraagd;

e.

indien het een verzoek tot ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed betreft: een authentiek afschrift van de rechterlijke uitspraak waarbij de scheiding van tafel en bed is uitgesproken.

6.

Indien het ouderschapsplan, bedoeld in het tweede lid, of de stukken, bedoeld in het vijfde lid, onderdelen a tot en met c, redelijkerwijs niet kunnen worden overgelegd, kan worden volstaan met overlegging van andere stukken of kan op andere wijze daarin worden voorzien, een en ander ter beoordeling van de rechter.

7.

Indien ten behoeve van minderjarige kinderen voorzieningen moeten worden getroffen, zendt de griffier onverwijld een afschrift van het verzoekschrift aan de raad voor de kinderbescherming.