Dutch Legislation

Article 28

in force

Processing of patent applications

Patents Act 1995 · Chapter 2 · In force since 2008-06-05

Source
1.

The applicant may divide an application already submitted by filing a separate application for a part of its contents. This application shall, except for the application of Articles 30, paragraph 1, 31, paragraph 3, and 32, paragraph 2, be deemed to have been filed on the date of the original application.

2.

The applicant may amend the description, claims and drawings of their already submitted application.

3.

The subject matter of the divisional or amended application must be supported by the content of the original application.

4.

The division or amendment may take place until the moment at which the patent application must be entered in the patent register pursuant to Article 31, paragraph 1 or 2, on the understanding that for the division or amendment a period of at least two months after the dispatch of the notification referred to in Article 34, paragraph 4, shall be available. At the request of the applicant, the Office may extend the latter period to four months after the dispatch of the notification referred to in Article 34, paragraph 4.

1.

De aanvrager kan zijn reeds ingediende aanvrage splitsen door voor een gedeelte van de inhoud daarvan een afzonderlijke aanvrage in te dienen. Deze aanvrage wordt, behalve voor de toepassing van de artikelen 30, eerste lid, 31, derde lid, en 32, tweede lid, aangemerkt te zijn ingediend op de dag van de oorspronkelijke aanvrage.

2.

De aanvrager kan de beschrijving, conclusies en tekeningen van zijn reeds ingediende aanvrage wijzigen.

3.

Het onderwerp van de afgesplitste of de gewijzigde aanvrage moet gedekt worden door de inhoud van de oorspronkelijke aanvrage.

4.

De splitsing of wijziging kan geschieden tot het tijdstip waarop de octrooiaanvrage ingevolge artikel 31, eerste of tweede lid, in het octrooiregister moet worden ingeschreven, met dien verstande dat voor de splitsing of wijziging een termijn van tenminste twee maanden na de verzending van de in artikel 34, vierde lid, bedoelde mededeling openstaat. Op verzoek van de aanvrager kan het bureau laatstgenoemde termijn verlengen tot vier maanden na de verzending van de in artikel 34, vierde lid, bedoelde mededeling.