Article 34d
in force(Involuntary) medical treatment
The head of the institution shall notify the chair of the supervisory committee, the counsel of the patient, the curator, and the mentor of the intention to take a decision regarding compulsory treatment (a-dwangbehandeling) no later than three days prior to the taking of that decision. They shall be given the opportunity to make known any objections to the decision.
The chair of the supervisory committee shall immediately notify the monthly commissioner. Upon notification, the monthly commissioner shall immediately visit the person under treatment.
The application of a-compulsory treatment, b-compulsory treatment, a forced medical act, or the continuation of a-compulsory treatment shall be reported to Our Minister and the supervisory committee no later than at the commencement of the treatment. In the event of a-compulsory treatment, b-compulsory treatment, or in the event that a forced medical act is applied in connection with a danger resulting from a mental disorder of the patient, a report shall additionally be made to the inspector.
At the commencement of a compulsory treatment (a-dwangbehandeling), the head of the institution shall also notify the persons referred to in the first paragraph thereof.
The head of the institution shall, together with the notification referred to in the third paragraph, send a copy of the decision regarding the treatment, in which he shall in any event state:
in connection with which danger the decision was taken to impose a-compulsory treatment, b-compulsory treatment or a compulsory medical act;
which less intrusive measures have been employed to eliminate or avert the danger;
which persons, as referred to in Article 16a, under c, of the Act, object to the treatment;
the manner in which the preferences of the person receiving care regarding the treatment are taken into account; and
if a treatment takes place in a situation in which it is the patient who objects, or in which the patient can be deemed capable of making use of the regulations contained in Chapters XIV–XV and XVI of the Act, respectively.
In the event of a decision for a-compulsory treatment, b-compulsory treatment, or a decision for the continuation of a-compulsory treatment, the head shall also state which attempts have been made to reach an agreement as referred to in Article 16a, under b, of the Act. In the event of a decision for a-compulsory treatment, he shall furthermore state which objections against the treatment have been raised by the persons referred to in the first paragraph.
The head of the institution shall notify the persons referred to in the third and – if applicable – fourth paragraph of the termination of a compulsory treatment (a-dwangbehandeling), compulsory treatment (b-dwangbehandeling), or compulsory medical act.
Het hoofd van de inrichting stelt de voorzitter van de commissie van toezicht, de raadsman van de verpleegde, de curator en de mentor in kennis van het voornemen tot een beslissing tot a-dwangbehandeling uiterlijk drie dagen voor het nemen van die beslissing. Zij worden in de gelegenheid gesteld bezwaren tegen de beslissing kenbaar te maken.
De voorzitter van de commissie van toezicht doet onverwijld een melding aan de maandcommissaris. De maandcommissaris bezoekt na de melding onverwijld de verpleegde.
Van de toepassing van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, gedwongen geneeskundige handeling of voortzetting van a-dwangbehandeling wordt uiterlijk bij de aanvang van de behandeling melding gedaan aan Onze Minister en de commissie van toezicht. Ingeval van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling of ingeval een gedwongen geneeskundige handeling wordt toegepast in verband met een gevaar dat voortvloeit uit een stoornis van de geestvermogens van de verpleegde, wordt bovendien melding gedaan aan de inspecteur.
Bij de aanvang van een a-dwangbehandeling geeft het hoofd van de inrichting daarvan eveneens kennis aan de in het eerste lid genoemde personen.
Het hoofd van de inrichting zendt met de melding, bedoeld in het derde lid, een afschrift van de beslissing tot de behandeling mee waarin hij in ieder geval vermeldt:
in verband met welk gevaar is besloten tot een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling of een gedwongen geneeskundige handeling;
welke minder bezwarende middelen zijn aangewend om het gevaar weg te nemen dan wel af te wenden;
welke personen, bedoeld in artikel 16a, onder c, van de wet, zich tegen de behandeling verzetten;
de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de verpleegde ten aanzien van de behandeling; en
indien een behandeling plaatsvindt in een situatie waarin het de verpleegde is die zich verzet, of deze in staat kan worden geacht gebruik te kunnen maken van de regeling, vervat in de hoofdstukken XIV–XV respectievelijk XVI van de wet.
Ingeval van een beslissing tot a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling of een beslissing tot voortzetting van a-dwangbehandeling, vermeldt het hoofd tevens welke pogingen zijn gedaan om tot overeenstemming als bedoeld in artikel 16a, onder b, van de wet te komen. In geval van een beslissing tot a-dwangbehandeling vermeldt hij bovendien welke bezwaren tegen de behandeling zijn aangevoerd door de personen, bedoeld in het eerste lid.
Van een beëindiging van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, of gedwongen geneeskundige handeling geeft het hoofd van de inrichting kennis aan de personen, genoemd in het derde en – indien van toepassing – vierde lid.