Dutch Legislation

Article 82

in force

The Police Academy and the Police Education Council

Police Act 2012 · Chapter 8 · In force since 2017-01-01

Source
1.

There is a Police Education Council.

2.

The Police Education Council consists of an odd number of at most fifteen members, including the independent chair. The members shall appoint a deputy chair from among their number.

3.

In addition to the chair, the following persons shall in any event serve as members of the Police Education Council (politieonderwijsraad):

a.

a mayor;

b.

a member of the police management and two police chiefs;

c.

a member of the Public Prosecution Service;

d.

two representatives from the police trade unions;

e.

a representative of vocational education;

f.

a representative of higher education;

g.

the director of the Police Academy and his deputy;

h.

an independent member who possesses expertise in the field of applied scientific research.

4.

The members of the police education council shall be appointed, reappointed, suspended and dismissed by Royal Decree.

5.

The members of the police education council shall be appointed for a period of six years. They may be reappointed no more than once.

6.

Our Minister may appoint advisory members or observers.

7.

Further rules regarding the organisation and working methods of the Police Education Council shall be established by or pursuant to an Order in Council.

1.

Er is een politieonderwijsraad.

2.

De politieonderwijsraad bestaat uit een oneven aantal van ten hoogste vijftien leden, onder wie de onafhankelijke voorzitter. De leden wijzen uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter aan.

3.

In de politieonderwijsraad hebben, naast de voorzitter, in ieder geval als lid zitting:

a.

een burgemeester;

b.

een lid van de leiding van de politie en twee politiechefs;

c.

een lid van het openbaar ministerie;

d.

twee vertegenwoordigers vanuit de politievakorganisaties;

e.

een vertegenwoordiger van het beroepsonderwijs;

f.

een vertegenwoordiger van het hoger onderwijs;

g.

de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger;

h.

een onafhankelijk lid dat deskundig is op het terrein van het toegepast wetenschappelijk onderzoek.

4.

De leden van de politieonderwijsraad worden bij koninklijk besluit benoemd, herbenoemd, geschorst en ontslagen.

5.

De leden van de politieonderwijsraad worden benoemd voor een periode van zes jaren. Zij kunnen ten hoogste eenmaal worden herbenoemd.

6.

Onze Minister kan adviserende leden of waarnemers benoemen.

7.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de organisatie en de werkwijze van de politieonderwijsraad.