Dutch Legislation

Article 42

in force

Policy regarding the police and the organisation of the police · The national units

Police Act 2012 · Chapter 3 · Section 3.4 · In force since 2013-01-01

Source
1.

There are one or more national units. They are charged with one or more of the following tasks:

a.

the national and specialist execution of police tasks, in cooperation with the regional units, the Royal Netherlands Marechaussee and the persons referred to in Article 10, paragraph 2;

b.

the collection, registration, processing, management, analysis and provision of information and the performance of other supporting activities for the benefit of the execution of tasks by the bodies and persons referred to under (a), and the other bodies involved in the criminal law enforcement of the legal order, as well as the international exchange of information and the provision of national information to private individuals;

c.

safeguarding the security of members of the Royal House and other persons designated by Our Minister.

2.

Rules may be laid down by ministerial regulation regarding the activities referred to in the first paragraph.

3.

The daily management of a national unit rests with the police chief.

4.

The police chief of a national unit shall be appointed, suspended, and dismissed by Royal Decree. The Board of Procurators General shall be given the opportunity to provide advice regarding the appointment.

1.

Er zijn een of meer landelijke eenheden. Zij zijn belast met een of meer van de volgende taken:

a.

de landelijke en specialistische uitvoering van politietaken, in samenwerking met de regionale eenheden, de Koninklijke marechaussee en de in artikel 10, tweede lid, bedoelde personen;

b.

het verzamelen, registreren, bewerken, beheren, analyseren en verstrekken van informatie en het verrichten van andere ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de taakuitvoering van de onder a genoemde organen en personen, en de andere bij de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde betrokken organen, alsmede de internationale uitwisseling van informatie en de landelijke voorlichting aan particulieren;

c.

het waken over de veiligheid van leden van het koninklijk huis en andere door Onze Minister aangewezen personen.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid.

3.

De dagelijkse leiding van een landelijke eenheid berust bij de politiechef.

4.

De politiechef van een landelijke eenheid wordt bij koninklijk besluit benoemd, geschorst en ontslagen. Over de benoeming wordt het College van procureurs-generaal in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen.